Sacha Bronwasser: Dat zie je vaker: Plastic-kunst

de Volkskrant, 30 december 2016

Waarom inspireert de ene milieu­ramp kun­ste­naars wel en de andere niet?

Indone­sis­che bos­bran­den, smeltende poolkap­pen: alle­maal vre­selijk, maar bove­naan de lijst staat de plas­tic­soep. Het woord alleen al vormt een omineus deinende mas­sa voor je geeste­soog — een lekker visuele ramp. Ja, sor­ry. Dat lei­dt niet zelden tot dit: kun­ste­naars vis­sen plas­tic uit het water en doen er wat mee. Geen grote kun­st­man­i­fes­ta­tie de afgelopen jaren waarin de doppen, microbeads en vooral dat ver­maledi­jde rond­waaiende plas­tic tas­je niet opdoken.

Hanne Hage­naars en Hes­ke ten Cate maak­ten voor Muse­um Het Valkhof Liq­uid Moun­tain, een exposi­tie bedoeld om een edu­catieve opstelling over de plas­tic­soep te flankeren. Zij trap­pen niet in de valkuil van kun­st-met-plas­tic-afval, maar sprin­gen er wel erg ver over­heen. Hun vijf kun­ste­naars kijken in de toekomst: mensfig­uren als groeisels van kun­st­stof draden (Müge Yil­maz) of een in black­light gedom­peld lab­o­ra­to­ri­um (Anna Bak). Droe­vige slap­stick in de diaserie waarin Simon Ster­ling de motor van een houten stoom­boot­je met het hout van het boot­je zelf stookt, tot het zinkt. De imposante zwarte sculp­turen van Karin van Dam lenen zich voor meerdere doem­sce­nar­i­o’s; de wereld gaat aan zichzelf ten onder en we weten het. Paul Beumer maakt de meest beschei­den, maar ook de effec­tief­ste pre­sen­tatie: een plakkerige vlo­er die bij nadere inspec­tie bestaat uit afdrukken van vaag herken­bare voor­w­er­pen. Een arche­ol­o­gis­che vin­d­plaats uit 4016. Wacht, dat flut­tige, die kreuke­lige struc­tu­ur, het zal toch niet… tasje?

lees meer +
lijn