NRC: Deze kunstenaars bieden levenskracht om met rouw en verdriet om te gaan *****

Sandra Smets NRC 14 oktober 205

Rouwen In de prachtige, warme ten­toon­stelling Mis­sen als een ronde vorm’ zetten kun­ste­naars gemis en ver­dri­et in een kunst­werk om. Dat kan een ronde vorm zijn, een med­i­tatieve teken­ing, of een knal­groene vuur­spuwende kat.

Het was een moeil­ijke kat geweest. Toen kun­ste­naar Mar­iëlle Videl­er uit het asiel een kat wilde meen­e­men, koos ze er een met trauma’s en eigen­schap­pen die vol­gens haar autisme betek­enden. De kat was erg op zichzelf. Ze wilde geen con­tact, of wilde het miss­chien wel, maar had er geen ver­mo­gen voor. 

Veel moeite stopte Videl­er in de kat, zacht­jes tegen het dier pra­tend, telkens weer. Tot­dat ze haar uitein­delijk toch mocht aaien, en het hele rugget­je rilde.

Het relaas staat in het boek Mis­sen als een ronde vorm, geschreven door kun­ste­naar en schri­jver Hanne Hage­naars. Het gaat over rouw en de rol van kun­st daar­bij. Hage­naars sprak Videl­er nadat de kat was overleden en ze in papier­ma­ché een kat was gaan mak­en, maar dan knal­groen. Een wild uitziend dier dat een vuur­spuwende draak lijkt, met schubben. Een ode aan de overleden kat kun je het niet noe­men, ook zek­er geen echte herin­ner­ing. En toch is het duidelijk waar het van­daan komt. Dit ontstond uit de nagedacht­e­nis aan een moeil­ijke kat die, als louter­ing, is omgezet in kunst.

Miss­chien is dat wel sja­man­is­tisch, vraagt Hage­naars zich af in haar boek waarin spir­i­tu­aliteit een rode draad vormt die is door­getrokken naar een groep­sten­toon­stelling, nu in het Stedelijk Muse­um Schiedam. De basis ervan is dit diep per­soon­lijke boek uit 2023 dat ze schreef als ode aan haar moed­er. Hage­naars was 18 toen haar moed­er stierf, waar­na haar vad­er bin­nen een half jaar hertrouwde, er geen foto meer van haar moed­er in het huis te zien was en er geen as werd uit­ge­strooid, hele­maal niets. Het geheugen laat los als er geen onthoud-haak­jes zijn zoals samen haar ver­jaardag vieren”, schri­jft ze in dit boek dat dient om het teko­rt van de stilte goed te mak­en”. Het gaat over de mensen die zij ver­loor en over kun­ste­naars die op ver­lies rea­geren met hun werk – het ver­lies van een kat, part­ner, oud­ers, of een kind.

Rit­ue­len

En nu is er een ten­toon­stelling. Ruim der­tig kun­ste­naars tonen werk waarin ver­lies een rol speelt. Soms is dat sja­man­is­tisch of sym­bol­isch, met vogels die langs vliegen – de ziel? Of met han­delin­gen, zoals de water­schaal om bloe­men in te leggen van Sam­boleap Tol, die in haar instal­latie voort­bouwt op Cam­bod­jaanse tra­di­ties. Sym­bol­en kun­nen geënt zijn op rit­ue­len, zoals de kaarsen waar Keet­je Mans twee schilder­i­jen mee vol schilderde. Niet een paar kaarsen zijn het, maar vlak- en vlo­ervul­lende zeeën van kan­de­laars die de leegte op mon­u­men­tale wijze vullen.

Soms zijn het geen sym­bol­en maar tast­bare herin­ner­in­gen om iemand vast te houden. Job Koelewi­jn sti­jfde de onder­broek van zijn overleden vad­er op zodat die eruitzi­et alsof hij gedra­gen wordt, er iemand in zit. Een foto van een ver­loren gegane foto van de onder­broek hangt in Schiedam: een verre schim van wat het was en toch zo intiem dicht­bij. Vooral kled­ing heeft die lijfe­lijke nabi­jheid. Zelf maak­te Hage­naars met Paul Kooik­er een foto­serie van kleert­jes die ze voor haar moed­er maak­te. Ook bor­du­urde ze voor haar jonggestor­ven dochtert­je een bescher­mende ovaalvorm, met han­den en kraalt­jes en kleur om een baby’tje heen. Het is prachtig en hartver­scheurend, zo liefde­vol als dit werk­je gemaakt is.

Het is prachtig en hartver­scheurend, zo liefde­vol als dit werk­je gemaakt is

Rouw kan vele gedaantes aan­nemen, zek­er in de kun­st. In het boek wordt het ver­dri­et soms een ding op zich, dat ergens staat of om je heen hangt, een donkere mist, een gestalte. In de exposi­tie wordt het een bor­du­ur­w­erk, een instal­latie, een abstract schilder­ij, of een foto van een onder­broek. Niets is het­zelfde.
Dat werkt goed, de com­bi­natie van rouw en heden­daagse kun­st. Dat het werkt, komt door­dat kun­st de laat­ste decen­nia hyper­per­soon­lijk is gewor­den. Aan de ene kant was er de ontzuil­ing van de maatschap­pij waar­door het indi­vid­u­al­isme vanaf de jaren zes­tig zo de boven­toon ging voeren. Anderz­i­jds stag­neer­den in de kun­st de grote beweg­in­gen. Ismes zijn er niet echt meer, kun­ste­naars mak­en kun­st die ze zelf willen mak­en. Zelf ben je je enige richtli­jn. Dan kun je een bepaalde the­matiek kiezen, of, zoals hier, je eigen ervaringen.

Herin­ner­in­gen

Daar­door kan kun­st op een heel per­soon­lijk niveau com­mu­niceren, zelfs als je als toeschouw­er die kun­st miss­chien niet hele­maal begri­jpt. Zoals een groene kat, een licht­blauw vlak met ink­tvlekken, of een ronde vorm. Miss­chien bedoelde Mans iets anders met de kaarsen of staan de ver­schil­lende vogels in de exposi­tie niet voor de ziel. Maar juist als je in rouw bent, herken je als kijk­er iets op een niveau dat zich niet laat uit­drukken in woor­den, als het lev­en sur­re­al­is­tisch blijkt te zijn als in een kunst­werk, waarin de werke­lijkheid over­hoop is gehaald.

Ongri­jp­bare kun­st is het, met abstrac­ties, vor­men, portret­ten, of spullen. Doina Kraal maak­te een instal­latie van de din­gen van haar oma. Een tas­je, een vaas, een plas­tic regenkap­je, keuken­gerei en meer hing Kraal op aan dunne draad­jes die een grote zwevende wolk vor­men. Een lev­en gevat in decen­nia aan bezit­tin­gen, nut­tig of mys­terieus, rest­jes van iemands lev­en. Deze spullen bren­gen me in con­tact met mijn oma, met het verleden, met onze geza­men­lijke geschiede­nis”, zegt ze in het boek van Hage­naars die con­cludeert: Het zijn deze spullen waarin oma Lola door­leeft.” Ja. En in de nabestaanden.

Want in hun herin­ner­in­gen lev­en overlede­nen voort. En als herin­ner­in­gen ver­vagen, je niet meer weet hoe iemands stem klonk, resteren spullen en vooral foto’s. Maar ook foto’s zijn bedrieglijk, omdat ze de echte herin­ner­ing ver­van­gen en dat weet je, maar er is zo weinig ander hou­vast. Simone Hoàng maak­te een tweeledig kunst­werk over haar moed­er. Van glas blies ze een Viet­namees toon­teken als ode aan het land van haar moed­er. In de exposi­tie hangt het achter een fotow­erk, gebaseerd op een portret­fo­toot­je van haar moed­ers iden­titeit­skaart – een inter­es­sant woord, alsof daar iemands iden­titeit in schuilt. De moed­er is er jong, de gelaat­strekken zacht door de lichte onscherpte van de uitver­grote foto die warm roze is afge­drukt. Door haar gezicht te van­gen, kleur te geven, is ze aan­wezig gewor­den hier aan onze zijde, voor zover dat über­haupt mogelijk is en waar dat zachte roze zo duidelijk een chemisch bad is.

Wat foto’s wel of niet kun­nen vertellen, dat tastte Berend Strik af in zijn familiefoto’s. Door ze van bor­du­ursteken te voorzien, benadruk­te hij details, de gestalte van zijn moed­er, ver­sierde hij haar kled­ing, het zicht­bare naspeurend. Dear Mom­my, are you okay?heet een van de drie geëx­poseerde werken – om voor­bij dat geposeerde moment van de fam­i­liefo­to te ger­ak­en. De bor­du­ursteek­jes met hun borste­ligheid vor­men er een eigen realiteit, min­der geïdealiseerd, en tegelijk zijn het strelin­gen, met minu­tieuze zorg neergezet.

Gevoel

Het zijn meerdere oud­ers die wor­den gemist in deze exposi­tie, oud­ers die vaak stam­men uit gen­er­aties waar niet te veel over gevoel werd gepraat. Maar ze kre­gen kinderen die kun­ste­naar wer­den en kun­st is een vak waarin gevoel een rol speelt. Als kun­ste­naar kun je daarmee de werke­lijkheid naar je hand zetten, als het sja­man­is­tis­che waar Hage­naars naar ver­wi­jst – rit­ue­len, sym­bol­en. Ook om moeil­ijke relaties een plek te geven.

Bijvoor­beeld bij Eva Spieren­burg. Ze had al acht jaar geen con­tact meer met haar vad­er toen hij stierf. Zijn over­li­j­den bracht stress van haar jeugd terug, en via med­i­tatie ging ze tekeninget­jes mak­en. Als een lep­orel­lo liggen de teken­vellen uit­gestald, tien­tallen schet­sjes van de lichamelijke sen­saties die het over­li­j­den opriep. Ter­wi­jl die moeil­ijke alco­holis­tis­che vad­er zelf buiten beeld bli­jft, gaat het wel over zijn invloed en over hoe een onveilige jeugd zich kan neste­len in je lijf. De tekenin­gen zijn als een beeldend alfa­bet van die effecten en als een heling­spro­ces. Door iets te ver­beelden kun je het voor je zien, en dat kan helpen om afscheid te nemen – van iemand, van een gebeurtenis.

Dat geldt voor heel de ten­toon­stelling. Ver­dri­et en pijn wor­den hier niet ontk­end: de lev­en­skracht om met gemis om te gaan, staat cen­traal. Dat maakt dit een prachtige warme ten­toon­stelling, die zaal na zaal sterk­er wordt. Het bijbe­horende tek­st­boek­je, de glooiende vor­mgev­ing in huid­skleuren – elk detail klopt en die aan­dacht, dat past bij de grote liefdes waar het grote gemis op gebaseerd is.

Soms begri­jp je niet waar iemand de kracht van­daan haalde om som­mige kunst­werken te mak­en. De kunst­werken in deze exposi­tie kapse­len zo’n groot, onnoemelijk ver­dri­et in. Het geboortekaart­je voor de tweel­ing van Sylvie Zijl­mans en Hewald Jon­genelis dat ook een ster­fkaart­je is, de Trauer­ar­beit van Marike Hoek­stra voor haar zoon­t­je Noah die uit zulke donkere en liefkozende tekenin­gen bestaat.

Velen van ons hebben iemand ver­loren. En hoe oud­er we wor­den, hoe vak­er we mensen ver­liezen. Maar hoe doe je dat, rouwen? Niet rouwen is vol­gens deze exposi­tie geen optie, prat­en en visu­alis­eren is dat wel. Jaren­lang zweeg Efrat Zehavi over de doden uit haar lev­en tot ze ging mediteren, rouwen, en kun­st mak­en: mensvormige sculp­turen die een leegte omhullen. De enige grip die ik op die ervarin­gen heb, is dat ik het kan omzetten naar een kunst­werk. Dan kan ik het ver­haal sturen en er een sprook­je van mak­en”, staat in het tentoonstellingsboekje.

Deze kun­st gaat niet over een hier­na­maals maar wel een lev­en na de dood in die zin dat wij, nabestaan­den, nog lev­en, en het bestaan van onze dier­baren in herin­ner­ing vasthouden. De beperk­ing van het lev­en die de dood is, scherpt ons, stelt Hage­naars. Zo lang je de dood weg­drukt, kun je het lev­en niet omar­men.

 

lees meer +
lijn

Rouw is geen emotie die voorbijgaat *****

Joke de Wolf in Trouw, 7 oktober 2025

Kort nadat haar zoon­t­je Noah op vier­jarige leefti­jd over­leed, begon kun­ste­naar Marike Hoek­stra met Trauer­ar­beit: een serie tekenin­gen, foto’s en per­for­mances die ze jaar­lijks maakt tij­dens de zestien dagen tussen de geboorte­da­tum en de datum van over­li­j­den, waaruit zicht­baar wordt dat de rouw ook twintig jaar lat­er nog aan­wezig is. Soms zijn het tekenin­gen van een moed­er met kind, soms planten of dieren, inge­to­gen of juist zicht­baar boos. Als Sisy­phus die zijn steen weer naar boven rolt, begint het werken aan rouw ook steeds weer opnieuw’, schri­jft ze.

Ten­toon­stellings­mak­er en schri­jver Hanne Hage­naars maak­te voor Stedelijk Muse­um Schiedam een ten­toon­stelling over kun­st waarin een groot gemis zicht­baar wordt. Hage­naars schreef in 2023 Mis­sen als een ronde vorm, een indrin­gend boek over het­zelfde onder­w­erp. Hierin bespreekt ze deels de kun­st die nu in Schiedam onder dezelfde titel te zien is, maar de ten­toon­stelling staat wel volledig op zichzelf.

Ondanks het zware the­ma begint de ten­toon­stelling in Schiedam luchtig: op een een­voudi­ge behangtafel staan kamer­planten. Sinds 2012 leest kun­ste­naar Oscar Abra­ham Pabón zijn planten voor. Hij begon met filosofis­che tek­sten – door het uit­spreken begreep hij de com­plexe for­mu­lerin­gen vaak beter – maar inmid­dels kun­nen het ook bericht­en zijn over zijn geboorte­land Venezuela of mooie gedicht­en. Muse­um­be­zoek­ers wor­den uitgen­odigd een van de gedicht­en voor te lezen uit de bun­del van Wis­lawa Szym­bors­ka, die op tafel ligt.

Je moet veel schake­len als bezoeker

Stil­staan bij de ver­ganke­lijkheid van het lev­en is waarschi­jn­lijk zo oud als de men­sheid. Er hangt daarom ook een Rus­sis­che icoon uit ongeveer 1750 en een teken­ing van een boed­dha. Maar Hage­naars toont verder werk van meer dan der­tig vooral heden­daagse, soms nog jonge kun­ste­naars. Omdat er steeds hoo­gu­it een paar werken van één mak­er te zien zijn, moet je als bezoek­er veel schakelen.

Dankz­ij een sub­tiele the­ma­tis­che indel­ing, heldere, pret­tige toelicht­ing in een tek­st­boek­je en vooral dankz­ij een prachtig ten­toon­stelling­son­twerp, met tussen­wan­den in inge­to­gen kleuren met afgeronde hoeken, is het niet té veel.

Ontroerend is het wel. Neem bijvoor­beeld het werk van Doina Kraal. Zij maak­te een hom­mage aan haar oma door niet haar kost­baarhe­den maar juist haar knopen, schaart­jes, lap­jes en frut­sels elk aan een transparante draad in de ruimte te hangen. Een wolk kleine voor­w­er­pen die juist voor haar oma veel betek­enden. Het waren de schat­ten uit haar oma’s per­soon­lijke muse­um, zo stelt de tekst. Een mon­u­ment voor de onschuld, dat herin­nert aan de tijd dat haar Joodse fam­i­lie nog recht van lev­en had’.

De geur en warmte van de Molukken

Een soort­gelijk muse­um’ trof Nazif Lop­ulis­sa in 2015 aan na het over­li­j­den van zijn Turks-Molukse groot­vad­er. Hij bezocht het huis op het eiland Saparua op de Molukken, en voelde zich meteen thuis in de geur en warmte. De Ned­er­landse regering is de beloftes aan de Molukse gemeen­schap nooit nagekomen, Lop­ulis­sa probeert in zijn kun­st die pijn te helen. In Schiedam hangt een groot doek waarop hij een foto van het eiland Saparua liet ver­vagen door de ste­nen van de Lloy­d­kade in Ams­ter­dam, de kade waar zijn fam­i­lie dacht een nieuw thuis te vinden.

Poli­tiek actueel is het werk van Susanne Khalil Yusef. Haar Palesti­jnse grootoud­ers vlucht­ten ooit uit Jaf­fa, haar oud­ers wer­den geboren in ten­tenkam­p­en in Libanon. Ze vlucht­ten naar Duit­s­land, en via omzw­ervin­gen kon Yusef op haar vijfen­twintig­ste met een Ned­er­lands paspoort in Arn­hem naar de kun­sta­cad­e­mie. Maar haar Palesti­jnse achter­grond bleef belan­grijk. Na een bezoek aan Ramal­lah besloot ze voor de serie Yusef Boys der­tig jonge Palesti­jnse jon­gens te portret­teren die los van elka­ar ver­mo­ord wer­den door het Israëlis­che leg­er, in een peri­ode van acht weken in 2019.

Op basis van hun portretfoto’s maak­te ze vazen en lat­er ook op de grond liggende beelden. Ook het portret van haar inmid­dels overleden vad­er, die als veer­tien­jarige kind­sol­daat in gevan­gen­schap een jaar onder de grond had doorge­bracht, ver­w­erk­te ze in de serie. De naam Yusef Boys is een ver­bas­ter­ing van de naam Joseph Beuys, de Duitse kun­ste­naar die met een roos in een vaas­je door het land reis­de om met mensen te prat­en over hun prob­le­men. Yusef doet het­zelfde met haar Café Dis­ori­ent, waar­bij ze mensen ont­vangt met verse Ara­bis­che koffie en gesprekken.

Soms vert­ed­erend, soms hartver­scheurend, soms zelfs grappig

De in Turk­i­je geboren Aysen Kap­tanoglu schilderde het over­li­j­den van haar vad­er in een kleur­rijk tweeluik: links de treurende fam­i­lie aan zijn sterf­bed, rechts vliegen vogels naar andere oorden.

De kun­st in de ten­toon­stelling is aan­gri­jpend – soms vert­ed­erend, soms hartver­scheurend, soms zelfs grap­pig. Ondanks veelz­i­jdigheid aan inval­shoeken en per­spec­tieven blijkt het gemis en de rouw een alomte­gen­wo­ordi­ge verbinder.

Prachtig is het daarom dat kun­ste­naar Efrat Zehavi, die zelf ook haar por­tie ver­lies al wel heeft gehad, nu niet alleen haar eigen beelden toont, maar spe­ci­aal voor deze ten­toon­stelling ook nieuwe beelden maak­te naar aan­lei­d­ing van de ver­halen van Schiedammers. Kleine altaart­jes voor het gemis van de fam­i­lie in Iran, een zorgeloos lev­en, of een pup­py die de eigena­resse moest lat­en inslapen omdat het diert­je onge­neeslijk ziek was. Stuk voor stuk kunst­werken die vorm geven aan een leegte die anders onzicht­baar blijft.

Oordeel: ★★★★★

Mis­sen als een ronde vorm – de kun­st van het door­leven’, is tot 1 maart 2026 te zien in Stedelijk Muse­um Schiedam 

lees meer +
lijn

Van de schoonheid en de troost

Hoe leef je verder na het overlijden van een dierbare? ‘Missen als een ronde vorm – De kunst van het doorleven’ in Stedelijk Museum Schiedam toont hedendaagse kunst over de dood, rouw en verlies, maar vooral over levenskracht.
Myrthe Meester

Een asgrauwe figu­ur ligt aan de beadem­ing in een bloese­mende lente­tu­in. The cru­elest month (2021), zo noemt de Turkse kun­ste­naar Aysen Kap­tanoglu dit schilder­ij van haar ster­vende vad­er. Want is het niet wreed dat de natu­ur zo uit­bundig her­leeft, pre­cies op het moment dat haar vad­er uit het lev­en wordt weg­gerukt? De huilende meis­jes rond het bed proberen hem nog vast te houden, maar zijn ziel glipt al weg, weer­spiegeld in de klap­wiek­ende vogels op het rechter­pa­neel. Alleen de ges­luierde vrouw (hun moed­er?) lijkt bereid om hem te lat­en gaan: sereen leest ze gebe­den voor uit een boek, alsof ze zijn ziel naar de overkant’ begeleidt.

The cru­elest month is nu te zien in Mis­sen als een ronde vorm – De kun­st van het door­leven’, een ten­toon­stelling over rouw en ver­lies die een hele vleugel in Stedelijk Muse­um Schiedam beslaat. Hoe leef je verder na zoi­ets wreeds en grensover­schri­j­dends als het over­li­j­den van een dier­bare? Vol­gens cura­tor en schri­jver Hanne Hage­naars hebben we in onze gesec­u­lariseerde samen­lev­ing nog maar weinig rit­ue­len en troost­rijke per­spec­tieven om dan op terug te vallen. Daarom ging ze te rade bij tien­tallen heden­daagse kun­ste­naars, die alle­maal op hun eigen manier beteke­nis geven aan een per­soon­lijk ver­lies, bijvoor­beeld via schoonheid, rit­ue­len of ideeën over het grotere geheel waar­van we alle­maal onderdeel zijn. In 2023 schreef ze hierover het lovend ont­van­gen boek Mis­sen als een ronde vorm, dat de basis vor­mde voor de ten­toon­stelling in Schiedam.

In de exposi­tie komen deels dezelfde kun­ste­naars aan bod als in het boek, zoals Dirk Braeck­man en Aline Thomassen, en deels nieuwe namen, vaak van opkomende jonge mak­ers als Agnes Warugu­ru en Shani Lese­man. In totaal wordt er werk getoond van ruim der­tig (inter)nationale kun­ste­naars, los­jes geor­dend rond thema’s als herin­ner­ing, spir­i­tu­aliteit, rit­ue­len, en rouw in de con­text van poli­tiek onrecht.

Haperende rouw

Uit eigen ervar­ing weet Hage­naars hoe belan­grijk het is om de dood van een dier­bare goed te ver­w­erken. Toen ze zelf op acht­tien­jarige leefti­jd haar moed­er ver­loor, heer­ste er in haar fam­i­lie een totale onbe­holpen­heid om met dit grote ver­lies om te gaan, wat zich uitte in kram­pachtig zwi­j­gen. Maar als je jezelf dat ver­dri­et, die emotie niet kunt toes­taan, dan blok­keert al je gevoel een beet­je”, zegt ze. Ik had heel lang een soort vierkant brok in mijn lichaam.”

Ook de Utrechtse kun­ste­naar Eva Spieren­burg merk­te dat haar onver­w­erk­te (lastige) ver­dri­et om haar overleden vad­er, met wie ze een slechte band had, zich omzette in lichamelijke span­ning. Ze besloot een tijd­lang dagelijks te mediteren en haar fysieke sen­saties vast te leggen in de vorm van kleine, schema­tis­che tekeninget­jes op een meter­slang papi­er. Eron­der schreef ze korte tek­st­jes, zoals rond­dri­jvende pijn­plek­jes’, koude tin­tel­ing’, tanden klem’ of hangend gezichtsvlees met rest­jes frons’. Het resul­terende werk, Doc­u­ment­ing the body (202021), roept asso­ci­aties op met het bek­ende trauma­hand­boek The body keeps the score (2014) van Bessel van der Kolk, die stelt dat ons lichaam alle pijn­lijke herin­ner­in­gen opslaat die we uit ons bewustz­i­jn proberen te verbannen.

De Israëlis­che kun­ste­naar Efrat Zehavi kon lange tijd niet goed rouwen om de dood van haar pas­ge­boren zus­je (aan het blue baby syn­drome) en de ver­drink­ing van haar geliefde (op de beruchte duik­lo­catie Blue Hole). Niet-rouwen houdt je opges­loten in je lichaam”, vertelt ze in een inter­view in Hage­naars’ boek. Je ver­sti­jft. Bij mij stok­te let­ter­lijk de adem.” Pas toen ze een serie keramis­che rouw­beelden maak­te, Blue baby blue hole’ (2022), verd­ween haar verkramp­ing en kwa­men de tra­nen. Miss­chien zorgt het pro­ces van mak­en dat het water ein­delijk stroomt.”

Twee van haar rouw­beelden tonen vrouwen die hun lichaam eigen­handig open­scheuren, zodat er ter hoogte van hun hart een overleden baby’tje zicht­baar wordt. De diepe, pijn­lijke wond die hun hele romp doork­lieft heeft wel iets weg van een mond die ein­delijk een lang onder­druk­te wan­hoop­skreet slaakt.

Rouwen voelt als een enorme bevri­jd­ing”, aldus Zehavi. Nu ik weer mijn eigen gevoe­lens kan ervaren, geeft het lev­en meer vreugde.” Haar overige rouw­beelden zijn dan ook bedekt met gol­vende lij­nen en vor­men die aan zeewier en schelpen doen denken: haar ver­dri­et is niet langer hoekig en sni­j­dend’, maar stroomt en heeft een ronde vorm’ gekre­gen.
 

Cyclus van het leven

Tij­dens haar research kreeg Hage­naars de indruk dat het gemis van een dier­bare makke­lijk­er te dra­gen is als je voelt dat je onderdeel bent van een grot­er geheel, als je gelooft in meer dan niets’ (in een lev­en na de dood, een ziel, een God, de wereld als een groot energieveld).” Daarom geeft ze kun­st met een spir­ituele kijk op de dood, vaak van niet-west­erse kun­ste­naars, een promi­nente plek in de ten­toon­stelling. Zo ver­wi­jzen diverse werken in de eerste zaal naar de troost van het chris­ten­dom, het boed­dhisme en de islam.

Maar vooral indruk­wekkend zijn de aquarellen van Odonchimeg Davaadorj, een jonge kun­ste­naar die opgroei­de op het plat­te­land van Mon­golië, in nauwe verbin­te­nis met de natu­ur. Haar werk, dat steeds vak­er in Ned­er­land te zien is, ver­beeldt op aller­lei cre­atieve manieren – via verbind­ingsli­j­nen, wor­tel­s­telsels en versmelt­ing­sprocessen – hoe alle lev­ende wezens onder­ling ver­bon­den zijn, en ook na de dood in elka­ar voortbestaan.

In haar aquarel Corps se sou­vient 2 (2024) rijst een jonge vrouw op uit de buik van een vogel­lijk­je, haar benen nog ver­groeid met zijn staart. Weemoedig kijkt ze achterom naar zijn dode kop­je, ter­wi­jl er uit haar tepel verse, uit­lopende twi­jg­jes groeien. Het werk vormt een krachtig sym­bool voor de kringloop van het lev­en, waarin lev­ensvor­men onophoudelijk uit elka­ar ontstaan en het stok­je aan elka­ar doorgeven.

Ook in geestelijk opzicht lev­en mensen in elka­ar voort, zo illus­treert Davadoorj in haar aquarellen Map­pa mun­di 2 en 3 (2025). Eén vrouw wordt omringd door een wolk van gezicht­jes, en bij een andere vrouw groeien er wor­tels uit haar tenen, die onder­gronds uit­mon­den in minus­cule mensfigu­urt­jes. Zijn dat hun overleden dier­baren, uit wie ze in de diepte nog steeds lev­en­skracht en wijsheid put­ten? Davaadorj laat zien dat de dood niet het einde van een intieme band hoeft te zijn – zolang we iemand maar van­bin­nen bli­jven koesteren, denkbeeldige gesprekken bli­jven voeren, geheimen toev­ertrouwen of vra­gen om raad.

Droom­log­i­ca

De laat­ste zaal is gewi­jd aan rit­ue­len en meth­od­es waarmee kun­ste­naars hun rouw kanalis­eren. Zoals de Trauer­ar­beit’ van Marike Hoek­stra, een Ams­ter­damse kun­ste­naar die sinds de dood van haar vier­jarige zoon­t­je Noah al jaren steeds dezelfde aan­gri­jpende krastekenin­gen maakt van zijn hangende hoofd­je en fragiele skeletje. 

Of de Mourn­ing rit­u­als (202022) van de Kore­aans-Amerikaanse kun­ste­naar A young Yu, een video vol beeld­schone, mys­terieuze rit­ue­len om de overleden ziel naar het hier­na­maals te begelei­den. Yu baseert zich op eeuwe­noude Kore­aanse rouw­cer­e­monies, maar geeft daar een heel eigen, artistieke invulling aan. Je ziet een jonge vrouw extatisch dansen in een kring van vuur, alsof haar ziel uit haar lichaam wil ontsnap­pen. Een andere vrouw brandt wierook in een baar­moed­er­lijke grot, dri­jft als Ophe­lia in het water en smeert zichzelf in met zwarte aarde, alsof ze haar lichaam teruggeeft aan de ele­menten. De han­delin­gen wor­den ver­richt met zóveel plechtigheid en over­gave, dat je als kijk­er vanzelf in de rit­uele droom­log­i­ca gaat geloven.

En dat is ook pre­cies de bedoel­ing van de exposi­tie: dat je als bezoek­er wordt geïn­spireerd om eigen rouwritue­len te ontwikke­len, of om in een troos­t­ende con­text terug te denken aan een per­soon­lijke ver­lieser­var­ing. Als iemand over­li­jdt, wordt er vaak gezegd dat je het een plek­je moet geven,” zegt Hage­naars, maar in werke­lijkheid bli­jft het gemis alti­jd bij je. Wel kan het uitein­delijk een ronde vorm’ kri­j­gen, en op een posi­tieve manier onderdeel van je wor­den. Hopelijk kan deze ten­toon­stelling som­mige mensen daar­bij helpen.”

Myrthe Meester is filosoof en cultuurjournalist.

Mis­sen als een ronde vorm – De kun­st van het door­leven’, 27 sep­tem­ber 2025 t/​m 1 maart 2026; Stedelijk Muse­um Schiedam, Hoogstraat 112, Schiedam; di t/​m zo 11 – 17; MKVL geldig; stedelijk​mu​se​um​schiedam​.nl

Cura­tor: Hanne Hage­naars; ontwer­p­er: Zoë Tim Hollander

lees meer +
lijn