Kunstvereniging, Diepenheim
21 september — 1 december 2013

I have a dream that one day on the red hills of Geor­gia the sons of for­mer slaves and the sons of for­mer slave own­ers will be able to sit down togeth­er at the table of broth­er­hood.’ — Mar­tin Luther King 1963

Het werk van Remy Junger­man valt te type­r­en als Tussen Mon­dri­aan en Win­ti: Win­ti is een natu­ur­re­ligie, de tra­di­tionele geloofsover­tuig­ing van Afro-Suri­namers. De motieven die gebruikt wor­den door de Mar­rons vallen soms samen met de patro­nen van de Sti­jl. Junger­man onder­zoekt de bei­de geloof­ssys­te­men en maakt verbindin­gen tussen Win­ti en de Nieuwe Sti­jl. Om het principe van Win­ti uit te leggen gebruikt Remy het vol­gende voor­beeld: tij­dens zijn studie in Suri­name ont­moette hij de Ned­er­landse kun­ste­naar Lam de Wolf tij­dens een work­shop op Aru­ba over het the­ma bescherming’. Als voor­beeld toonde Lam sier­aden om haar lichaam als bescherming ter­wi­jl Junger­man vanu­it de Win­ti een instal­latie op de grond maak­te. De bescherming komt van de beziel­ing van objecten buiten jezelf.

In 2013 werd gevierd dat 150 jaar gele­den de slav­ernij in de voor­ma­lige Ned­er­landse koloniën werd afgeschaft. Aan­vanke­lijk was Junger­man niet van plan om daar spe­ci­aal aan­dacht aan te best­e­den in zijn werk. Toen hij werd uitgen­odigd om een ten­toon­stelling te mak­en in Kun­stv­erenig­ing Diepen­heim leek hem dat echter een goede con­text om een alter­natief mon­u­ment voor de slav­ernij te mak­en, een mon­u­ment waar de naza­t­en van vroegere ico­nen’ uit het kolo­niale verleden nad­er tot elka­ar komen.
De stad Diepen­heim is omgeven door kaste­len waar­van oor­sprong terug gaat tot in de late Mid­deleeuwen. De kas­teel­heren zou je kun­nen zien als rep­re­sen­tan­ten hogere klassen en van de kooplieden van vroeger. Twee kaste­len zijn in het bez­it van de fam­i­lie Schim­melpen­nick. Rut­ger Jan Schim­melpen­ninck stond van 1761 – 1825 korte tijd aan het hoofd van de Ned­er­landse staat en hielp in die hoedanigheid mee aan het realis­eren van de schei­d­ing tussen kerk en staat en het toeken­nen van gelijke recht­en aan alle religieuze groeperin­gen. Maar als realpoli­tik­er keerde hij zich tegen het over­haast’ afschaf­fen van de slav­ernij en van het gebruik van de pijn­bank. Kapitein Broos (18211880) was de lei­der van de weggevluchte slaven (Bak­abusi Nen­gre) in Suri­name. Hij staat sym­bool voor de onafhanke­lijkhei­dsstri­jd van de Mar­rons en is tevens Jungerman’s vooroud­er. Remy Junger­man wilde een instal­latie mak­en waarin alle facetten van de slav­ernij bij elka­ar wor­den gebracht en iets bew­erk­stellin­gen waar­door het verleden weer een stap verder achter ons kan wor­den gelaten.

Voor deze ver­broed­er­ing biedt Win­ti bij uit­stek mogelijkhe­den. Win­ti’ staat als begrip namelijk niet alleen voor een tra­di­tionele Afro-Suri­naamse religie, het is ook de aan­duid­ing voor alle boven­natu­urlijke wezens. Deze Win­ti’ wak­en – net als de vooroud­ergeesten – over alle fam­i­liele­den uit een bepaalde stam­boom. Daar­naast wordt de kern van prob­le­men in het heden gezocht in onopgeloste geschillen in het verleden. In Win­ti ter­men heet dat Koe­noe’, iets dat wordt overge­dra­gen van de vooroud­ers aan hun afs­tam­melin­gen en zo bli­jft sud­deren zodat we steeds tegen­over elka­ar bli­jven staan. Men kan tot spir­ituele ver­zoen­ing en bal­ans komen door con­tact op te nemen met de vooroud­ers mid­dels het ver­richt­en van bepaalde rit­uele han­delin­gen om zo toestem­ming te kri­j­gen om knelpun­ten bespreek­baar te mak­en. Zo ontstaat een ruimte waarin het verleden zich oplost waar­na we kun­nen voort­gaan met elka­ar. Als aan The Table of Broth­er­hood’ van Mar­tin Luther King.

Cen­traal in de ten­toon­stelling KABRA. Descen­dants Exchange’ van Remy Junger­man staat een sym­bol­isch gedek­te tafel. Op een groot wit tafelk­leed zijn een soort eilan­den gecreëerd van ver­schil­lende verza­melin­gen van attribut­en. Als aan The Table of Broth­er­hood’ van Mar­tin Luther King brengt Junger­man de droom van ver­bon­den­heid en geza­men­lijkheid tot lev­en.
Op de tafel staan objecten die sym­bool staan voor ver­schil­lende aspecten van het gedeelde kolo­niale verleden. Het mid­delpunt van de tafel is het wapen van de fam­i­lie Schim­melpen­nick, als een verte­gen­wo­ordi­ger van blanke vooroud­ers. Daartegen­over komt op het podi­um, in een portret van Kapitein Broos.
Naast het wapen van de fam­i­lie Schim­melpen­nick staan op de tafel ver­schil­lende verza­melin­gen objecten. We zien o.a. naar suik­er­ri­et ver­wi­jzende objecten (sym­bool voor de kolo­niale economie), lege flessen met daarin foto’s en geschreven bericht­en (zow­el ver­wi­jzend naar alco­hol als prod­uct van suik­er­ri­et als naar flessen­post), fruitschalen met echt fruit (zoetigheid, verbind­ing van het lev­en), een his­torisch leg­eruni­form (sym­bool voor stri­jd en de kolo­niale macht) en een uni­form van de Diepen­heimse schut­ter­ij (juist als ver­broed­erende verte­gen­wo­ordig­ing van de verdedig­ing van de stad, uit­ge­groeid tot een folk­loris­tisch fes­ti­val waar de hele stad zich bij betrokken voelt). De tafel is als een groot altaar dat niet alleen als sym­bool lees­baar is maar ook door kleur en geur ervaar­baar is.
Junger­man richt deze tafel als een rit­uele han­del­ing samen in met de Win­ti priesteres Nana Efua die de tafel tevens inze­gent.
Het inricht­en en inze­gen­ingsritueel is te vol­gen in de doc­u­men­taire film in de hoekruimte.
De priesteres heeft mid­dels dit rit­ueel een zuiv­erend ver­bond ges­loten tussen de vooroud­ers en het heden, tussen de geschiede­nis en het nu door een ruimte te creëren voor samenkomst en ver­broed­er­ing, voor liefde, eens­gezind­heid en com­plete ver­bon­den­heid. Voor­bij con­flict, con­tro­verse en splits­ing een alter­natief mon­u­ment voor een gedeelde toekomst in samenzijn.