Kunstvereniging, Diepenheim
20 juni — 9 september 2009
Johan Tahon
Marcel Dzama
Marcel Dzama
Jim Shaw
Jim Shaw
Daniel Jensen

De Franse kun­ste­naar Lau­rent Gras­so (geboren in 1972) leerde in Shar­jah, een buurt­land van Dubai, vol­gens de oude tra­di­tie valke­nieren. In zijn film (Z.T.) reizen we met hem mee, eerst in een auto door het barre droge land; we zien de valk naar ons loeren met een kap­je over zijn kop; even lat­er vliegt de roofvo­gel weg met een cam­er­aat­je op zijn rug. Wij gaan mee, wiek­end door de lucht, meespiedend door zijn ogen, over land­schap­pen waar geen grens in te herken­nen valt. De valkvlucht maakt wiebe­lig. Het vliegen boven deze poli­tiekge­laden lands­gren­zen lijkt op een spi­onage- of verken­ningsvlucht. Maar ook niet: vanu­it de lucht vor­men ver­schil­lende lan­den een geheel en mil­i­taire infor­matie is irrel­e­vant.’ (Ine Poppe en Hanne Hage­naars in het NRC Handelsblad)

In onze glob­ale cul­tu­ur wordt veel gereisd en gew­erkt in andere lan­den. Kun­ste­naars gebruiken ele­menten uit de volk­skun­st niet om gren­zen vast te leggen maar juist om ze te over­sti­j­gen. Deze kun­ste­naars mak­en gebruik van de volks­cul­tu­ur om een eigen bood­schap over te bren­gen. Hen­rik Schrat bijvoor­beeld maakt kijkkas­ten met een oud­er­wets schaduwspel om zijn de sprook­jes van het economisch mark­t­sys­teem te vertellen. Hij gebruikt de volks­cul­tu­ur als mid­del om te reflecteren op heden­daagse con­sump­tiemaatschap­pij. De zil­v­eren glanzende ink­tvisvor­men in kwets­baar porse­lein van David Zink Yi doen denken aan ex voto’s. Hij vertelt via de mythen uit zijn thuis­land Peru over migratie en ver­plaats­ing. De porse­leinen ink­tvis als Fremd­ko­r­p­er’ in een heden­daagse exposi­tie als metafoor voor de migrant.

Volks­cul­tu­ur staat in 2009 zodanig in de belang­stelling dat de term voorkomt in het regeer­akko­ord als een van de drie speer­pun­ten van het cul­tu­urbeleid 2009 – 2012. Hoewel de term volks­cul­tu­ur ook asso­ci­aties oproept met Blut und Boden’, Eigen volk eerst’ en tut­tige kitsch lijkt door kun­ste­naars eerder het ver­lan­gen uitge­drukt te wor­den naar een opgerekt idee over de iden­titeit van een volk. Vol­gens de defin­i­tie in het Cul­tu­urbelei­d­splan wordt er ver­wezen naar tra­di­tie en verleden van nationale, regionale en locale iden­titeit­en.’ Het terug­gri­jpen op volks­cul­tu­ur gekop­peld aan een economis­che cri­sis kent gevaar­lijke kan­ten zoals we uit de geschiede­nis weten, zo staat er in de NRC te lezen. Het ver­band met de stor­ma­chtige groei van de PVV lijkt gelegd.

Gelukkig gaan heden­daagse kun­ste­naars posi­tiev­er om met het begrip volks­cul­tu­ur en gebruiken de authen­ticiteit van oude rit­ue­len en tech­nieken om een andere bood­schap uit te dra­gen, namelijk dat volks­cul­tu­ur niet meer aan land en plaats gebon­den is in 2009. Hun kun­st getu­igt van reizen, wonen en werken in het buiten­land met als gevolg dat cul­turen geplakt, geknipt, gemixt en gesam­peld wor­den. Gren­zen wor­den zo opge­heven in plaats van bekrachtigd

Dat geldt niet alleen voor lands­gren­zen maar ook voor de gren­zen van (kunst-)disciplines. Volk­skun­st is een effec­tief mid­del gebleken om de offi­ciële kun­st open te breken. Kun­ste­naars ervaren het ont­breken van iedere artistieke pre­ten­tie en de ama­teursta­tus van volk­skun­st en volks­cul­tu­ur als verk­wikkend. De ama­teur staat daar­bij voor eerlijkheid en oprechtheid en de ama­teur hoeft zich ook niet te ver­ant­wo­or­den naar his­to­rie en con­text. Dat geeft grote vri­jheid. Daar­bij zijn ver­wi­jzin­gen naar devotie en het ont­breken van ironie belan­grijke kwaliteiten.

Volk­skun­st ref­er­eert boven­di­en naar huiselijkheid en anti- intel­lec­tu­al­isme. Het legt de nadruk op het pro­ces van het mak­en. In een tijds­gewricht waar alles gaat over verk­laar­baarheid, snelle effecten en beschik­baarheid stelt ambachtelijkheid eisen als geduld, traagheid, tech­nisch kun­nen en con­cen­tratie. In dat per­spec­tief is de keuze voor ambachtelijkheid niet zozeer van deze tijd, als wel een voor deze tijd. Ambachtelijkheid staat zo voor een beschouwend karak­ter en voor alles dat in de 21ste eeuw naar de achter­grond lijkt te zijn verd­we­nen: handw­erk, anti­mod­ernisme en vert­ed­er­ing, (kor­tom slow art’.)

Maar boven alles onderken­nen veel kun­ste­naars dat volk­skun­st en volks­cul­tu­ur zich in de eerste plaats ver­houden tot het lev­en. In hun pogin­gen zich te ver­houden tot de belan­grijke en tijd­loze thema’s van het lev­en als liefde, hoop, angst voor de dood en geloof bieden volk­skun­st en volks­cul­tu­ur hen een hand­vat om op een directe manier zon­der pre­ten­ties en ingebed in rit­ue­len vorm te geven aan deze onder­w­er­pen. Onder­buik en intuïtie boven ver­stand en ideeën. Geen intel­lectuele exerci­ties en con­ceptuele plaats­bepalin­gen maar een direc­theid die je bij het kijken raakt in je onder­buik en niet in je herse­nen. Pre­cies zoals in het lev­en zelf.

De ten­toon­stelling Back­yard is een groep­sten­toon­stelling die de inter­esse voor volk­skun­st en volks­cul­tu­ur in de heden­daagse kun­st toont. Achter de tem­pel van de mod­erne kun­st wordt de volks­cul­tu­ur vaak gepo­si­tion­eerd in de achter­tu­in. Na de ere­di­enst een bar­be­cue in de tuin. Daar vin­dt het echte lev­en plaats.

Cura­toren: Gijs Ass­mann en Hanne Hage­naars
Back­yard: Hen­rik Schrat, Jim Shaw, Mar­cel Dza­ma, David Zinck, Erik Sep, Johan Tahon, Mar­cel Dza­ma, Daniel Jensen.