1646, Den Haag

Godin For­tu­na draait aan het wiel, soms geeft ze het een flinke zwiep, soms legt ze haar hand erop tot het bij­na tot stil­stand komt, en zo beïn­vloedt ze het lev­en van ons ster­velin­gen. Het lot kan plots ons haar doen uit­vallen of ons een erfe­nis van een onbek­ende oud­tante bezor­gen. Het Rad van For­tu­in in de ten­toon­stellingsruimte 1646 draagt namen van vrouwen, van pros­tituees, een anatomiste die wereld­beroemd was om haar wassen mod­ellen, schri­jf­sters, film­per­son­ages zoals bijvoor­beeld Log Lady, de vrouw die in de tele­visieserie Twin Peaks een stuk hout met zich mee draagt en als medi­um de voor­spel­lende bood­schap­pen van het hout doorgeeft. Nie­mand neemt haar serieus, die gek! Njin­ga Mban­di, nooit van geho­ord? Ik ook niet (deze koningin van Ndon­go en Mtam­ba leefde in de 17e eeuw, kleed­de zich als man en had haar eigen harem van aantrekke­lijke jon­gens). Het Rad van For­tu­in duidt dat we lang niet alti­jd con­t­role hebben over de omstandighe­den van ons lev­en. En het Rad van For­tu­in is ook een spelshow op TV die een platvlo­erse invulling geeft aan de oude betekenis­sen. Over­al ter wereld draaien de kan­di­dat­en aan het wiel om ver­vol­gens de vraag van de quiz­mas­ter te beantwoorden.

De film begint. In een prachtige open­ingss­cene betre­den drie vrouwen het toneel in zwierige goud­kleurige broeken. Show­time! Ieder bevri­est even in een pose voor ze hun plek innemen achter een grote houten wolk, waar­bij enkel hun gezicht­en te zien zijn door een uit­geza­agd ovaal. Een hand houdt een glas vast en zil­v­eren naam­bor­d­jes bun­ge­len aan een ket­tinkje. Deze drie vrouwen vor­men het koor, als in een Griekse tragedie, dat de komst van Pan­to­pon Rose intro­duceert en haar per­soon lat­er bevraagt en becom­men­tarieert. Rose zelf zwi­jgt als de ruïne van een orakel.

Don’t be strangers, move clos­er. Please.
Today we will tell you a sto­ry. Mmmm

Een stortvloed van vra­gen:
Have you ever been a fruit bas­ket?
Have you ever thought to be a mon­key?
Have you ever had the sen­sa­tion of already being there?
Have you ever rec­og­nized the unknown?

Han­den steken door een zwart gordi­jn heen. Ze imiteren gebaren, van de Boed­dha, van Chris­tus, een rap­per, een betweter, al die bezw­erende en zege­nende gebaren die ver­wi­jzen naar een andere ver­sie van lots­beschikking. Geloof­ssys­te­men. Denksystemen.

Rose (gespeeld door Julie Béna) komt op onder begelei­d­ing van een te opgewekt muziek­je, en zit­tend op een kruk beant­wo­ordt ze iedere vraag met een vast­gevroren lach, als van een stew­ardess die in de econ­o­my class een pas­sagi­er in Hawaï hemd en korte broek een glas cham­pagne moet weigeren. Het spel moet immers door­gaan, de illusie van een vliegreis naar een fijn, exo­tisch oord. No prob­lems please. Die plas­tic lach moet dat alle­maal voorkomen en waar­mak­en. Ik bli­jf hak­en op die lach, die fake lach van Pan­to­pon Rose irri­teert me, dat onechte staat me tegen. Zo’n lach is het ultieme bedrog.

Vol­gens filosoof Hen­ri Berg­son wortelt een lach in het moment waarop je je realiseert dat er iets niet klopt, een fric­tie in het menselijk gedrag. Vol­gens hem is iets komisch als een mens de eigen­schap­pen van een automaat ver­toont. De lach schudt je dan wakker. Maar Pan­to­pon Rose is zelf de machine. Het is niet komisch, het is uiterst onge­makke­lijk. Het stom­pzin­nige lachen van Rose Pan­to­pon past per­fect in de opzet van de scene en dat is even slikken. Lachen gaat met een zekere ongevoe­ligheid gepaard,’ schri­jft Maarten Door­man, want wie zich te veel in een ander ver­plaatst, kan niet meer om die ander lachen.’
De fake glim­lach wordt afgewis­seld met beelden van de dromen van een pro­jec­ton­twikke­laar. Glanzend vast­goed. De daaropvol­gende dans slaat Rose haar armen en benen uit als een gemech­a­niseerde mens, als een nagalm van een optre­den van Kraftwerk, als een uit­put­tende, lastig vol te houden dans. It’s a mirage’ klinkt het zin­derend op de achter­grond. Deze eigen­ti­jdse Rose is een robot ver­sie van een echt, voe­lend mens, die fake lach dus, en dat is waarom het zo irri­teert.
Die onechte lach bli­jft als ze More Than a Woman van de Bee Gees play­backt − in de Sat­ur­day Night Fever ver­sie − en met een lange blonde pruik op Rasp­ber­ry Beret danst. Een paal­dans in het half­donker. Muziek over­schree­uwt de ver­lei­d­ing. Iedere act is een over­weg­ing van wat Rose niet is en wat ze zou kun­nen zijn.

Wie is Pan­to­pon Rose? In Naked Lunch van William S. Bur­roughs wordt ze ter­loops, in een enkele zin genoemd, als een schim, een lucht­spiegeling, als een gedacht­e­spin­sel van een oude junkie. Zo’n zin die je opvangt en die in je gedacht­en voort­sud­dert om een reeks asso­ci­aties op gang te bren­gen, genoeg om een serie werken op te baseren. Instinc­tief pikt ze het op. Ja, wie zou ze kun­nen zijn?’ moet Julie Béna gedacht hebben.


Haar werk­wi­jze heeft ondanks, of juist dankz­ij deze eerste intuïtieve gewaar­word­ing van Rose overeenkom­sten met het ontstaan van het boek: Bur­roughs werk­te tij­dens een tien­tal jaren van reizen aan Naked Lunch, dat zich steeds verder en anders ontwikkelde. Zijn vrien­den Gins­berg en Ker­ouac schreven er aan mee. Het was een boek dat nooit af was, dat vele voor­lop­ige ver­sies kende, tot de uit­gev­er drin­gend om een defin­i­tieve ver­sie vroeg. Toen was het bin­nen twee weken gereed. Zo komt het dat er vele ver­sies zijn, iedere uit­gave is weer anders.
Have you seen Pan­to­pon Rose?’ van Julie Béna is een door­lopende reeks exposi­ties (films, per­for­mances, ani­maties, enscener­in­gen enz.) die zich net als Naked Lunch steeds aan­past aan plaats en tijd. Ze voegt haar ver­sie toe aan een bestaande reeks Ros­es”: een song van de band Ther­a­py (Trou­blegum, 1994), een doc­u­men­taire van Andrea di Cas­tro en een gedicht van William Burroughs.

Call Pano­pon Rose
For a tingly doze
For a warm blan­ket of snows
For an end to your woes
For an up from your lows
Make friends from your foes
Call­ing Pan­to­pon Rose+

De vra­gen van het koor gaan als­maar door maar de wereld die ze bevra­gen wordt steeds leg­er.
Have you ever had a prob­lem with your body? Yes maybe. Per­haps. And
What do you do to avoid bad luck?
I cir­cle three times before going to bed. I’m gonna get some cof­fee
Do you know George Clooney?
He is a real starfish. He loves whisky. He is get­ting mar­ried, To Julia, No to Rose. No Julia. AAAAHHHH!

Het zijn vra­gen die zomaar in de tram of bus opgepikt kun­nen zijn, flar­den van gesprekken die tot een sce­nario zijn ver­w­erkt. Maar Rose laat zich niet ken­nen, zij is onken­baar. Béna gebruikt haar eigen ver­sie van de Cut-Up Method van Brion Gysin. In the sum­mer of 1959 Brion Gysin cut news­pa­per arti­cles into sec­tions and rearranged the sec­tions at ran­dom. Min­utes to Go result­ed from this ini­tial cut-up exper­i­ment. Min­utes to Go con­tains unedit­ed unchanged cut-ups emerg­ing as quite coher­ent and mean­ing­ful prose’, noteerde zijn vriend Burroughs.

William S. Bur­roughs is schri­jver in de jaren zes­tig, de tijd van reizen, van geestver­ruimende mid­de­len en het zoeken naar de zin van het bestaan. Pan­to­pon is een drug, een zuiver mengsel van opi­at­en, bedacht door de far­ma­ceutis­che gigant Hoff­man-La Roche.

Do you use drugs? Alco­hol?
Have you ever tried Whisky? Spir­its? Wine?
Sprit, are you there? (…)
Do you know that that, o that can be deli deli delirious.

How do you know I am real?
I am not real, rose, I am just like you. (..)
You came from a dream.

In de roes van psy­che­del­i­ca kun­nen totaal nieuwe ideeën opdoe­men, andere vergezicht­en kun­nen zich ope­nen, omdat je buiten de bek­ende cog­ni­tieve vaardighe­den om wordt meege­zo­gen in een stroom van exis­ten­tiële ervaringen.

Rose Pan­to­pon in haar immer wis­se­lende ver­schi­jn­ing, in de eigen­ti­jdse enscener­ing van the­ater en revue, laat zien dat de werke­lijkheid vele kan­ten kent, en dat twi­jfel de meth­ode is om je niet te lat­en opsluiten door een sys­teem. Je kunt immers niet zek­er zijn van de waarheid’, ieder sys­teem neemt zijn eigen waarheid mee. Stel vra­gen bij ieder gedachte­goed, van de Boed­dha, van Jezus met zijn onder­wi­jzende en bezw­erende gebaren, de rap­per, en stel vra­gen bij het koor dat je lev­en wil sturen.
We lat­en ons ben­eve­len door een scala aan opper­vlakkighe­den, een dans, een game, een ver­lei­d­ing, om maar niet de diepte in te gaan.

What is the most beau­ti­ful thing that you have ever seen? A light­bulb.
Where does the salt go after death?
Tell me a joke, make me laugh!! Why Why Why?

Miss None, een zwevende pruik, gaat in gesprek met de antropo­morfe pin­da, Mr. Peanut. Deze twee hosts wor­den voorgesteld aan de hand van wat ze niet zijn. Geen kom soep, geen para­plu, geen wan­del­stok. Luchtige tekeninget­jes zweven over het scherm.
De hartverov­erende ani­matie wasemt niet­sigheid. Mr. Peanut was het com­mer­ciële icoon van het Amerikaanse bedri­jf Planters. Kun­ste­naar Vin­cent Trasov adopteerde hem als zijn alter ego en hij trad al tap­dansend op in een pin­da­pak van papi­er-maché. Lat­er waagde Mr. Peanut zelfs een poging om burge­meester van Van­cou­ver te wor­den, met de volledi­ge sup­port van Bur­roughs die toe­val­lig ter plekke was.
De ani­matie is een repeterende aankondig­ing van een afwezige voorstelling. De gast, Rose, komt niet opda­gen. Het koor in de vorm van drie car­navaleske oog­maskers neemt haar plaats in, al blijken ze opeens vertrokken naar New York. Er bli­jft niets over. Het vac­uüm. For peanuts! Het lege bestaan, het angst­wekkende niets.
Even lijkt Rose toch aan­wezig, maar uitein­delijk blijkt: Rose only appears in the questioning.’

Julie Béna komt op in een ele­gante ver­sie van een boeven­pak met een zwarte cape.

Do you remem­ber? Stuk­jes uit haar lev­en bor­re­len op.
Ze zingt zin­nen uit de Bho­hemi­an Rhap­sody die ze als kind al luis­terend opv­ing. Ze kon de woor­den nauwelijks ver­staan en er was geen inter­net om het op te zoeken. Hoe ontroerend, deze onbe­holpen zang.
Is this the real life? Is this just fan­ta­sy?
Caught in a land­slide, no escape from reality

Na iedere herin­ner­ing geeft Pan­to­pon Rose ons, de kijk­er, een snaaks lach­je, een onderon­sje. Do you remem­ber? Up to this point it is a true sto­ry, I promise’. Een vette knipoog, wij weten met elka­ar wel beter.
Pan­to­pon Rose danst, zingt en speelt met de feit­en.
Over het auto­bi­ografis­che Empire of the Sun, een relaas van zijn jeugd in Lunghua, schreef JG Bal­lard: Mijn lev­en gezien door de spiegel van mijn fic­tie die geïn­spireerd is door dat lev­en.’
Zo is het en niet anders.

Wat Béna ons voorschotelt is een vreemde mix, er is onzin, er zijn diepe vra­gen. We denken ons verleden te ken­nen maar het ken­nen ver­schuift voort­durend. Haar spel tast de gren­zen af van wat echt, bek­end en betrouw­baar is. Het onder­zoekt in al zijn the­ater-facetten de vraag wat nu eigen­lijk echt is, en het is een voors­tel voor een andere waarheid, die van het vra­gen, het accepteren van de onzek­er­heid. En dat alti­jd onder voor­be­houd.
Maar ook is er de angst voor de leegte die het werk oplaadt, de angst die zich ver­schuilt in de stortvloed aan onzin opmerkin­gen over wie van whisky of tequi­la houdt, wie gay is, waar je de beste taco’s kunt eten en wie Rose nu eigen­lijk is. De leegte die zich open­lijk verbindt met Miss None en Mr. Peanut.
Béna speelt ver­rukke­lijk, in iedere lach, in het zin­gen, het dansen, het vertellen, in het voor­lezen van het gedicht, water water cold cold’.
Hoe ver­taal je onzek­er­heid? Hoe ver­taal je leegte?
What is your sto­ry?
True as it can be fake.