12—11 209

Patri­cia Kaersen­hout exposeert het fabelachtige Guess Who’s Com­ing to Din­ner Too?’ in De Appel in Ams­ter­dam. Het werk is te zien als een cor­rec­tie op de geschiede­nis en een hom­mage aan of een ver­volg op het iconis­che werk The Din­ner Par­ty’ 1979 van Judy Chica­go, een driehoekige tafel gedekt voor 39 vrouwen dat de bij­drage van vrouwen aan de west­erse geschiede­nis zicht­baar maakt. In de witte man­nen­wereld van 1979 was dat een heroïsche daad waar­voor (vrouwelijke) bezoek­ers uren in de rij ston­den maar even­goed riep het veel weer­stand op. Nu, veer­tig jaar lat­er, laat Kaersen­hout ons zien dat het werk z’n beperkin­gen kende: zij nodigt 38 zwarte vrouwen en vrouwen van kleur uit aan de tafel. Ze vertelt in een bijbe­horend boek de ver­halen van deze heldin­nen van verzet. Opnieuw een bijstelling op de geschiedenis.

Kaersen­hout: Het west­erse etno­cen­trisme heeft kun­ste­naars uit andere delen van de wereld con­se­quent genegeerd en kun­ste­naars van kleur gewoon­weg buitenges­loten. De kunst­wereld was wit en west­ers en werd eeuwen­lang gedom­i­neerd door man­nen. Judy Chica­go gaf vrouwen een plek aan de tafel maar het sys­teem van etno­cen­trisme werd nog niet gead­resseerd.’ Ik herken het, en was zelf ook nogal onnozel in die tijd: tij­dens mijn studie kun­st­geschiede­nis gebruik­ten we het boek World His­to­ry of Art’ maar de hoofd­stukken over andere wereld­de­len mocht­en we over­slaan. Geen Japan en dus ook geen gedacht­en over zen en de cirkel van het lev­en, geen Chi­na dus ook geen ideeën over taoïsme of con­fu­cian­isme. De (kunst)geschiedenis beves­tigde het west­erse denksys­teem van vooruit­gang dat samen­hing met het kap­i­tal­isme als grond­slag van de maatschap­pij. Alsof die andere cul­turen totaal niet van belang waren, niet de moeite waard om te bestud­eren. En ik protes­teerde niet, al las ik de hoofd­stukken wel.

Guess Who’s Com­ing to Din­ner Too?’ gaat ook over de raciale ver­houdin­gen in die tijd. De titel ref­er­eert aan de Hol­ly­wood­film Guess who’s com­ing to din­ner’ uit 1967. Een jonge vrouw neemt haar ver­loofde mee naar het oud­er­lijk huis. De zwarte man wordt niet zomaar toege­lat­en in de fam­i­lie, voort­durend wor­den de prob­le­men’ bespro­ken, bijvoor­beeld de toekom­stige kinderen die van kleur zullen zijn: How do you feel about that prob­lem?’ vraagt de vad­er. Aanstaande schoonzoon Sid­ney Poitiers bli­jft maar redelijk en vrien­delijk rea­geren. Een niet-witte huid­skleur is een prob­leem, dat is wat deze film com­mu­niceert.

Het werk Guess Who’s Com­ing to Din­ner Too?’ is een logisch ver­volg op Kaersenhout’s eerdere gebor­du­urde doek Rebelse Trots’ uit 2015, een groep­sportret van vrouwen die in de jaren 80 bin­nen het fem­i­nisme een stem eis­ten voor zwarte-, immi­granten- en vluchtelin­gen­vrouwen (ZMV-vrouwen) in Ned­er­land. Het maakt o.a .Glo­ria Wekker, Mer­cedes Zand­wijken, Julia da Lima en Philom­e­na Essed zicht­baar, vrouwen die nauwelijks of niet in de geschiedenis­boeken voorkomen.

De geschied­schri­jv­ing wordt zo stap voor stap ont­maskerd als een sys­teem vol opvat­tin­gen die er als onzicht­bare lagen doorheen gew­even zijn. Het is als het uit­trekken van steeds weer een ander jas­je, weer een laag­je uit. Kun­nen we onze onder­broek wel aan­houden onder al die lagen of staan we dan beschamend in ons nakie? Reden tot schaamte is er zek­er. Maar lat­en we begin­nen met die dikke ver­hul­lende winterjas.

Mijn eerste vraag aan Patri­cia is op welk moment in haar lev­en het activisme in haar begon te bruisen, waar en wan­neer begon die daad­kracht?

Patri­cia: Ik kom uit een arbei­der­s­gezin en al lang voor ik kun­ste­naar werd, stond ik op de bar­ri­ca­den en deed mee aan demon­straties. Tegen racisme, voor vrouwen­recht­en, voor gay com­mu­ni­ties. Over­al waar ik onrecht zag kwam ik in opstand. Ik had veel gay vrien­den en dat dwong me om anders na te denken. Het racisme waar ik als kind veel mee te mak­en had, gaf een gevoel van ver­bon­den­heid met mijn gay vrien­den. Ik herk­ende hun pijn. Maar ook kun­st zat in me, ik wilde creëren, naar de muziekschool, ik had een niet te stu­iten drang om gedicht­en te lezen, te schri­jven. In de jaren 80 kwam ik in het vrouwen­huis maar dat was wit en eli­tair. Ik voelde me er niet thuis. Mijn idee was om alle vrouwen te bereiken, na te denken hoe dat mogelijk zou zijn, miss­chien wel door een cur­sus bloem­schikken. Maar dat was onbe­spreek­baar. Ik had moeite met het onder­scheid in klasse. Ik studeerde sociale weten­schap­pen, maar kwam in bots­ing met ideeën over inclu­siviteit. Wie bepaalt, wie is er aan het woord?Ik was jong en het voelde niet goed, toen ben ik gaan reizen en zo kon ik uit­zoeken wat ik wilde. Het was een groot avon­tu­ur, ik werk­te als mod­el, woonde in India en merk­te dat mijn uiter­lijk in Sin­ga­pore een schok veroorza­ak­te, een totaal onbek­end gezicht.Terug in Ned­er­land startte ik met de zater­dagcur­sus op de Rietveld, daar­na vol­gde ik de deelti­j­do­plei­d­ing (ter­wi­jl ik zwanger was van mijn eerste). Ook al vond ik de oplei­d­ing niet zo goed, ik wilde hem toch afmak­en, om dan te zien wat het voor me zou doen. Tij­dens mijn studie raak­te het activisme wat naar de achter­grond, de kun­st kreeg voor­rang en slok­te al mijn energie op. Poli­tieke kun­st was snel pam­flet­tis­tisch en ik wilde kun­st mak­en die tij­dover­schri­j­dend was. Het was een lange zoek­tocht naar een eigen vorm, daar ben ik wel 10 jaar mee bezig geweest.Achteraf gezien miste ik zoveel infor­matie. Kun­st­geschiede­nis op de Rietveld was behoor­lijk een­z­i­jdig. Chris Ofili werd net bek­end met zijn doeken vol glit­ter, ver­lei­delijk fel gek­leurd en vol details en in dikke lagen opgezet. Het was een esthetiek die men niet kon plaat­sen. Dat riep inter­es­sante dis­cussies op, maar nooit kwam zijn huid­skleur ter sprake ter­wi­jl zijn werk toch over racisme en hybriditeit gaat.’


Hoe vond je de weg naar de vor­men­taal die je nu gebruikt en deze krachtige werken die ons andere per­spec­tieven lat­en zien?

Kaersen­hout: De Decolo­nial sum­mer­school was essen­tieel. Toen zij naar mijn werk gin­gen kijken, begreep ik hoe activisme en kun­st kon­den samen­vallen. Dat je de aan­geleerde west­erse esthetiek niet hoeft over te nemen maar in kun­st kunt bevra­gen. Welk gevoel kan een kunst­werk teweeg bren­gen, niet alleen schoonheid, ook boosheid, ver­lies, rouw. Door steeds me steeds weer met dat andere per­spec­tief te verbinden, werd mijn werk ste­viger, kreeg het een bodem.’
–Wal­ter Migno­lo en Rolan­do Vázquez bren­gen in de Decolo­nial Sum­mer­school sinds 2010 stu­den­ten, activis­ten, onder­zoek­ers en kun­ste­naars samen om de dekolo­niale optie te bespreken. Geza­men­lijk onder­zoeken zij alter­natieven voor het glob­ale (on)recht door zich bewust te zijn van het een­z­i­jdi­ge ver­haal in de moderne/​koloniale werel­dorde en zich kri­tisch uit een te zetten met lokale geschiedenis­sen. Het nar­ratief van Europa is dat van moder­niteit, vooruit­gang en kap­i­tal­isme. Hoe zou de wereld eruit zien als we de ken­nis van die andere visies op het lev­en, die van de eerste samen­levin­gen en inheemse bevolk­ing van Afri­ka, Ameri­ka en Azië zouden inte­gr­eren. Wat zou de maatschap­pij kun­nen zijn?–

Kun je nu je eigen plek in deze geschiede­nis beter bepalen?


Kaersen­hout: Ja. want ik hoef me niet meer bij de west­erse kun­st­geschiede­nis aan te sluiten, ik heb nu mijn eigen fundament.Mijn posi­tie is hybride: Ik ben niet Suri­naams want ik ben in Ned­er­land geboren, maar voel ik me dan echt Ned­er­lands? Mijn oud­ers kwa­men uit Suri­name. Wat betekent het om afs­tam­mel­ing te zijn van een dubbele dias­po­ra, de over­tocht van de tot slaaf gemaak­ten, en de ver­huiz­ing vanu­it Suri­name naar Ned­er­land door mijn ouders.Vrienden met hele duidelijke wor­tels in Suri­name hebben een ver­bon­den­heid met de aarde van Suri­name. Voor mij is het anders, ik hou steeds het idee dat ik ergens mijn plek moet vin­den, maar miss­chien ga ik die wel nooit vin­den. Het is een dra­ma en een voordeel tegelijk. Hybriditeit roept ook een soort angst op en als vrouw ben je extra kwets­baar. Maar gelukkig is er wel lokaliteit, in Ams­ter­dam voel ik me thuis.’

Het werk van Kaersen­hout biedt alter­natieven voor de geschiede­nis die zo lang als in een blok beton gegoten leek. Gelukkig wordt er steeds meer ger­am­meld aan deze vorm van geschied­schri­jv­ing, maar moeiza­am. In de Por­tal geschiede­nis’ geeft Jan Blokker een defin­i­tie van dit begrip: geschiede­nis is niet wat er gebeurd is, geschiede­nis is wat mensen zich herin­neren.’

Maar deze defin­i­tie negeert de vraag naar wie er dan aan het woord is, wiens herin­ner­in­gen wor­den opgeschreven of juist genegeerd. Het lijkt of de geschiede­nis wordt bepaald door wat een natie zich wil herin­neren: Wie zijn hun helden? Maar de herin­ner­in­gen van arbei­ders, zwarte mensen en mensen van kleur, mensen in de koloniën kwa­men niet aan het woord. Gelukkig lat­en deze groepen steeds meer van zich horen, groepen die tot voor kort waren uit­ges­loten en daar­door onzicht­baar waren in de vader­landse’ geschiede­nis, zoals The Black Archives. Op dit moment is de dis­cussie over de term de Gouden Eeuw in gang gezet. Een Gouden Eeuw’, maar voor wie dan? Toch roept het voors­tel om het neu­trale 17e eeuw te gebruiken weer­stand op.


Over haar werk The Soul of Salt’ schreef Kaersen­hout: Met dit werk wilde ik het verleden her­denken, maar ook over­sti­j­gen. Inheem­sen geloven dat het verleden voor ons ligt, zodat we het kun­nen visu­alis­eren. Zou je kun­nen toelicht­en wat je daarmee bedoelt, dat de geschiede­nis voor ons ligt?’


Kaersen­hout: We zouden min­der bezig moeten zijn met de toekomst. De toekomst is gewoon niet zo belan­grijk als het verleden. Een decon­struc­tie van het verleden veroorza­akt aan­dacht in het hier en nu. Kijken naar het verleden, naar hoe het jou heeft gevor­md en geplaatst in het heden brengt ons verder. Het con­cept van geschiede­nis draait om wat achter ons ligt en dat leek totaal gefix­eerd. Vaak wordt gezegd: Het is zo lang gele­den, waarom moeten we ons daarmee bezig houden, lat­en we naar de toekomst kijken. Maar de geschiede­nis is in het hier en nu. De geschiede­nis is niet sta­tisch, het hoort bij het samen­leven en wij als samen­lev­ing veran­deren voort­durend.’

Opnieuw moet ik denken aan mijn oplei­d­ing kun­st­geschiede­nis toen ik een col­lege (gebaseerd op het boek­je Beelden kijken’) vol­gde over het Paleis op de Dam. Het tym­pa­an aan de voorz­i­jde brengt hulde aan Ams­ter­dam en gaf diepere zin aan de bedri­jvigheid bene­den op de Dam, waar kooplui samen­stroom­den en waar goed­eren van overzee op sleeën naar de Waag wer­den gebracht. Op de achterkant bren­gen lan­den van de wereld — de vier dan bek­ende wereld­de­len — hun schat­ten naar de stad. (…) De wereld zelf ligt aan Amsterdam’s voeten.’ De beteke­nis van de beeld­houww­erken wordt zoge­naamd neu­traal gebracht in het boek­je uit 1983. Geen kant­tekenin­gen, geen relatie met het heden en ook ik slik­te het als zoete koek.

Kaersen­hout: In het west­en is de geschiede­nis stil, dood, ver­geten. Er is een ten­dens om een pijn­lijke gebeurte­nis te isol­eren. De trans-Atlantis­che slav­ernij was de voor­lop­er van het kap­i­tal­is­tis­che sys­teem, het heden. Daar is het sys­teem uit voort­gekomen. Onderdeel van deze han­del was het dehu­man­is­eren van de mens, de mens werd tot instru­ment gemaakt ten beho­eve van de winst. Ik ben van mening dat een grote groep mensen lijdt aan his­torische afasie.
Op het idee om de term de Gouden eeuw neu­traal de 17e eeuw te noe­men reageert men of hen iets wordt afgenomen, maar nie­mand wil hen iets afne­men. Enkel de vraag: is er een ander per­spec­tief mogelijk? Een dekolo­ni­aal per­spec­tief. Kun­nen we het com­bineren met andere opties, andere waarhe­den en al die ken­nis tot ons nemen? Ook de vluchtelin­gen­stroom van nu heeft met de ongelijkheid in het verleden te mak­en. Het west­en moet zijn human­iteit terug vin­den. Gebaseerd op het verleden, kun­nen we ons nu de vraag stellen of we zo met elka­ar om willen gaan. Wat zou er gebeuren als je al die ver­schil­lende ver­halen samen zou bren­gen, als één onder­w­erp vanu­it ver­schil­lende per­spec­tieven belicht zou wor­den? Wat zou het effect zijn op onze samen­lev­ing?

Straks is er een bicul­turele gen­er­atie, hoe zullen zij er mee omgaan?’


Guess Who’s Com­ing to Din­ner Too?’ biedt zo’n ander per­spec­tief, een han­dreik­ing. De tafel staat vol glaswerk, dat uitn­odigt tot een geza­men­lijk maal. In veel cul­turen is het tra­di­tie om al het voed­sel op tafel te zetten en het te delen. Het west­en heeft iedere disgenoot een eigen bord, glas en bestek gegeven. Kaersenhout’s tafel nodigt uit tot delen. Het ondoorzichtige glaswerk ver­wi­jst naar het gedachte­goed van Eduard Glis­sant die sprak over het recht om niet begrepen te worden.

Kaersen­hout: Het gebeurt regel­matig in Ned­er­land dat een kri­tis­che mas­sa van kleur die zich uit­spreekt, woede toont, maar niet wordt begrepen. Vaak wordt ons het hemd van het lijf gevraagd, miss­chien in een poging om het te begri­jpen, maar die dwang tot transparantie is ook dis­cutabel. Als iemand zo helder als glas is dan kun je een strate­gie bedenken om het naar je hand te zetten. Soms lijkt het ook op niet willen begri­jpen. Verder is er een grens aan wat je kunt vra­gen, je kunt je afvra­gen: ben ik wel enti­tled om die vraag te stellen, om die intieme zone bin­nen te drin­gen.’

In niet-west­erse cul­turen, zoals de Suri­naamse samen­lev­ing, is de band met de vooroud­ers essen­tieel. De basis­gedachte is dat de gestor­ve­nen nog steeds in verbind­ing staan met de nabestaan­den. Die band met de vooroud­ers wordt via aller­lei rit­ue­len in stand gehouden en geac­tiveerd. Kaersen­hout noemt haar tafel ook: Din­ing with the dead and the liv­ing. Vooroud­erverering houdt de geschiede­nis lev­end. En, vanu­it het respect voor de gen­er­aties die jou zijn voorge­gaan is het niet wenselijk de band met je fam­i­lie door te sni­j­den. Ik zie in andere cul­turen veel meer accep­tatie van oud­ers dan in het west­en, waar we graag als indi­vidu ons lev­en lei­den. Er is zo veel te leren van al die cul­turen, de band met het verleden, met oud­ers en vooroud­ers, het delen, de gastvri­jheid en de zorg voor elka­ar.

Patri­cia Kaersen­hout: Guess Who’s Com­ing to Din­ner Too?’5 Oct – 1 Dec 2019 De Appel,Schipluidenlaan 12 Amsterdam