38 Parents Room

Venetië, 2022. Ogen vol­gen je, over­al door de stad, niet alleen de ogen van andere bezoek­ers, de ogen van dat kleine wol­lige hond­je met vlin­deroren die over de rand van een tas heen kijkt, maar vooral de ogen die vanaf de posters van de exposi­tie The Milk of Dreams’ door de stad heen dansen. Soms iets schuin in beeld geplaatst met bru­ine iris­sen en een beet­je rood in de ooghoeken, ogen vanu­it het klankgat van een gitaar en soms koekelo­ert er slechts één klein rond oog­je. Eénoog­je, Tweeoog­je en Drieoog­je dolen rond in de oude stad. In het sprook­je van Grimm wordt Tweeoog­je het lev­en zuur gemaakt door haar twee zusters, met één oog en met drie ogen, omdat ze eruitzi­et als alle andere mensen. Een boom, die zijn gouden appels alleen aan Tweeoog­je gunt, redt haar uit dit mis­er­abele bestaan en ze vergeeft haar zusters. Sprook­jes zijn magis­che ver­halen met een moraal en dit ver­haal lijkt een plei­dooi om er gewoon’ uit te zien, gelijk aan de anderen’. Een zon­der­linge, bedenke­lijke moraal. Hier in Venetië, bin­nen de realiteit van de kun­st, pleit­en al die ogen voor open scenario’s: met één oog valt ook goed te lev­en en zon­der ogen vertrouw je op je han­den en je gehoor en het derde oog ont­waart mogelijk een inner­lijke wereld. Zien is een realiteit die mee­be­weegt met de zintuigen.

In de eerste ruimte van de Arse­nale sta ik tegen­over Brick House (2019) van Simone Leigh: een vijf meter hoge imposante zwarte dame die vreemd genoeg geen ogen heeft. Haar lijf is een immense bijenko­rf-achtige rok die ver­sierd is met rijen ver­ti­cale bak­ste­nen en haar twee forse vlecht­en als ket­tin­gen eindi­gen in een schelp. Op foto’s van huizen van de West-Afrikaanse Batam­mal­i­ba- en Mous­goum-cul­turen herken ik de oor­sprong van haar rok, en tegelijk moet ik denken aan de koe­pel van de Pieters­basiliek in Rome. Een andere bron is restau­rant Mammy’s Cup­board in Mis­sisip­pi, een racis­tisch beeld dat de vorm heeft van een dien­stige zwarte vrouw wiens lichaam je bin­nen gaat om een drankje te bestellen. Zij bedi­ent.
De uit­drukking Brick House wordt gebruikt voor een sterke zwarte vrouw, met even veel kracht en uithoud­ingsver­mo­gen als een huis van bak­steen en deze vrouw die zo hoog boven de bezoek­er uit­torent lijkt onaan­tast­baar ondanks de eeuwen vol uit­buit­ing die achter haar liggen. Het lijkt alsof ze zich zon­der haar ogen wil afscher­men van de buiten­wereld, voor wat daar te zien of horen is. Miss­chien kijkt ze naar bin­nen waar in haar spir­it de imma­ter­iële kracht­en van het verleden bewaard zijn gebleven.

Deze majestueuze vrouw wordt omringd door lege aman­de­l­o­gen op de grafis­che prints vol donkere sil­hou­et­ten en witte geest-achtige ver­schi­jnin­gen van de Cubaanse Belkis Ayón. Tij­dens haar studie vond Ayón het boek El Monte over de geheime Afro-Cubaanse Abakua man­nen Soci­ety. In hun belan­grijk­ste leg­ende haalt prins­es Sikán water uit de riv­i­er en schept zon­der het door te hebben de magis­che vis Tanze in haar kale­bas, de drager van de god­delijke stem. Tij­dens de wan­del­ing terug hoort ze vreemde gelu­iden maar beseft niet dat die afkom­stig zijn van de ster­vende vis. De gemeen­schap besluit haar te offer­en om van haar huid een trom­melv­el te mak­en, want miss­chien heeft het gelu­id van de ster­vende vis zijn kracht­en lat­en door­trillen. En als dat niet blijkt te werken zoeken ze steeds de huid van andere dieren om de stem van de heilige vis op te roepen. Ayón eigent zich het ver­haal toe en ver­mengt het met katholieke sym­bol­en om de treurige alledaagse werke­lijkheid van het ver­ar­mde Cuba te sym­bol­is­eren: macht, cen­su­ur, onschuld en con­t­role (onrecht­vaardigheid). Onder­tussen worstelt ze ook met haar eigen demo­nen. There are bur­dens with which you can­not live or drag along,” zegt ze. Per­haps that is what my work is about — that after so many years, I real­ize the disquiet.”(1) In 1999 maakt ze een einde aan haar leven.

Noor Abuarafeh

Cat­e­gorieën
De film Am I the age­less object at the muse­um? van de Palesti­jnse Noor Abuarafeh in de Arse­nale geeft een prachtig voor­beeld van dit cat­e­goris­eren. Zij filmde in dier­en­tu­inen, die ommuurde plekken waar dieren in kooien lev­en en zo hun natu­urlijke macht hebben ver­loren en lev­en als goed ver­zorgde gevan­genen. In meeslepende beelden neemt ze ons mee in over­peinzin­gen over de orden­ing van onze wereld, over de willekeur van lan­den. Een pelikaan kijkt alert om zich heen, ter­wi­jl de Ara­bis­che voice over uitlegt dat de huis­mus oor­spronke­lijk uit Pak­istan komt. Daar noemt men dit dier een vogel, vanzelf­sprek­end, maar in het west­en (the col­o­niz­er) werd het diert­je aan­vanke­lijk bij de insecten ingedeeld omdat het net als insecten gewassen zou aan­vreten. Iedere indel­ing maakt fouten, onver­mi­jdelijk, want het gaat uit van een alles of niets principe, het een of het ander, ter­wi­jl we inmid­dels wel weten dat hok­jes fluïde in elka­ar over lopen.

De ordenin­gen en vergelijkin­gen als basis van de weten­schap, waarmee we de wereld willen begri­jpen, hebben ons te veel opges­loten en apart van elka­ar gehouden. Hans Looi­jen, directeur van Het muse­um van de Geest, praat liev­er over gelijkenis­sen dan over de ver­schillen tussen mensen want iedereen is een beet­je out­sider op zijn eigen manier”, we zijn neu­ro-divers”. Looi­jen is fan van kun­ste­naar Fran­cis Alÿs die bijvoor­beeld negen uur lang een blok ijs door de strat­en van Mex­i­co duwt. Dat heeft geen nut maar wel grote schoonheid. Pure poëzie, noemt Looi­jen het en de ultieme uitdag­ing voor de ein­de­loze ver­beeld­ingskracht van de geest.” Cura­tor Ale­mani geeft hem met The Milk of Dreams’ een exposi­tie om van te smullen want zij viert de ver­beeld­ing van de mens, van álle soorten mens.

Francis Alys
Isamu Noguchi

Ned­erig
De pure poëzie van niet­sige materie met een groot effect is ook te vin­den in de ten­toon­stelling van Danh Voh in Fon­dazione Queri­ni Stam­palia in Venetië. Zijn amateur-foto’s van plan­t­jes en bloe­men in zijn tuin wor­den getoond in een raster van lijsten dat een per­fecte bal­ans vormt met de oude bustes en schilder­i­jen in het palaz­zo. Het werk komt voort uit het ned­erige besef van wat we alle­maal niet weten: I thought I was a cul­ti­vat­ed, edu­cat­ed per­son but I don’t know the names of the plants and birds I see every morn­ing out­side of my window.”(3) De namen staan hier bij de kiek­jes geschreven. Nog nietiger zijn de lichtsculp­turen (Akaris) van Isamu Noguchi die Danh Voh over­al in het paleis laat bran­den. Noguchi ontwierp deze lam­p­en en verkocht, vol­gens Danh Voh, zijn ziel aan het bedri­jf Vit­ra want sinds­di­en zijn ze als lam­p­en te koop. Ze wor­den met de hand ver­vaardigd van bam­boestok­jes en washipa­pi­er dat wordt ver­vaardigd uit schors van de moer­bei­boom. Het is het soort lamp waar we vaak nauwelijks meer naar kijken omdat het orig­i­neel ver­dron­gen is door namaak­lam­p­en van wit rijst­pa­pi­er die bij Ikea of Kwan­tum te koop zijn. Maar in dat wel­dadi­ge paleis, in groep­jes neergezet, of hangend in het trap­pen­huis wor­den ze per­son­ages, sprook­jes­fig­uren die licht komen bren­gen. I go for chaos rather than order. I don’t search for mean­ing, I search for pos­si­bil­i­ties. Some­times things don’t nec­es­sar­i­ly make sense.” zegt Danh Voh.

Een lamp of een sculp­tu­ur? Wat is gewoon, wat is bij­zon­der, wat is vreemd, raar, uit­zon­der­lijk? Een oog, twee ogen, of drie ogen. Een recht lijf of een lijf dat is kromge­groeid. Hoor je erbij als je afwijkt van het gemiddelde?

Ook Josepine Bak­er kri­jgt een eerbe­toon in The Milk of Dreams’ met een korte film waarin ze een uit­bundi­ge Charleston danst, het plezi­er spat ervan af en haar clow­neske schele ogen lev­eren een iro­nisch com­men­taar op haar eigen out­fit die alle clichés over Afri­ka samen­vat te begin­nen met haar rokje van bana­nen. Welkom Josephine, kom erbij! Je bent een held in al die speelse vrijheid.

Josephine Baker
Melanie Bonajo

Een hart­grondig en uitn­odi­gend Ja!”, klinkt ook uit het Ned­er­lands paviljoen. Kleur­rijk en opti­mistisch pre­sen­teren Melanie Bona­jo en hun team zich in de film When the body says yes. In een oude kerk (Chieset­ta del­la Mis­eri­cor­dia), waar tij­dens de eucharistie de hostie als sym­bool voor het lichaam van Chris­tus werd gedeeld, wordt nu de vreugde van het aan­rak­en gevierd. Het is een feestelijk plei­dooi om van je lichaam te geni­eten, om je te bevri­j­den van aan­geleerde taboes en om te onder­han­de­len en zo aan te geven wat je fijn vin­dt en wat liev­er niet. Het lichaam wordt ver­sierd, beschilderd en met olie inges­meerd. Voeten, tepels, haren, een kus­sen­gevecht. Een jonge man deelt zijn boosheid over het feit dat zijn oud­ers hem lieten besni­j­den: een gevoelig stuk­je van zijn lichaam is weggenomen en daar had hij graag zelf over willen beslis­sen. (“They chop up your gen­i­tals with­out your con­sent!”) Een meis­je betreurt dat haar vagi­na zo ver­bor­gen zit, waar­door je er niet vanzelf­sprek­end con­tact mee kunt mak­en. Zij zou haar vagi­na liev­er op haar hand tegenkomen.
De diverse groep deel­ne­mers glib­beren inges­meerd met olie over elka­ar heen, soms met een blind­doek om nog beter te kun­nen voe­len. Het is een mooie utopie vol aan­raak­bare lichamen. Samen duwen ze de angst weg die iedereen deelt: de angst om beo­ordeeld te wor­den en te licht bevon­den. Samen schilderen ze en ver­sieren ze de vagi­na met bladeren en bloe­men als alter­natief voor een oordeel. De scenes trekken voor­bij als een mooie droom, a world with more touch would be more peaceful.”

You are Anoth­er Me
De tegen­pool van deze utopis­che film is te vin­den in het Roe­meense paviljoen You are anoth­er me van Adi­na Pin­tilie. Zij werkt al jaren samen met dezelfde mensen en onder­zoekt samen met hen intimiteit als onmis­baar maar ingewikkeld aspect van ons men­sz­i­jn: Van­daag de dag zijn we zo bang voor de ander. Onze film stelt juist voor die ander op te zoeken.”

En zo deelt de film, getoond op wis­se­lend scher­men, de ervarin­gen van een oud­er trans­gen­der per­soon, een oud­ere vrouw die angst heeft om aanger­aakt te wor­den en zijn gezelschap zoekt en de haperende intimiteit in een lan­gere relatie van een oud­ere en een jon­gere man. Het project onder­zoekt de notie van een dis­abil­i­ty en de behoefte aan intimiteit. Hoe ver­houden we ons tot elka­ar, als de relatie veran­dert in tijd, als het lichaam in tran­si­tie is of in relatie tot een moeiza­am verleden. Wat zijn onze blokkades? Ik zat met klop­pend hart te kijken, omdat ik niet wist waar de gren­zen lagen, wat ik te zien zou kri­j­gen, en of ik dat dan wilde zien. Het was fascinerend en onge­makke­lijk tegelijk­er­ti­jd. De film werkt als een dialoog want ik draag de beelden met me mee en vraag me af waarom ik angst had tij­dens het kijken, wat moest ik over­win­nen? Het is onmo­gelijk om zelf buiten schot te bli­jven: Free­dom is a hell of a quest”, zegt de oud­ere vrouw die gulzig en zin­derend danst met haar naak­te lichaam. My body is a gift”, zegt Chris­t­ian over zijn gehand­i­capte lijf, maar ik zou graag mijn vrouw actiev­er in mijn armen kun­nen nemen.Jij en ik.

Alti­jd com­plex­In­timiteit. Kissed: een klein, intiem, poëtisch, bij­na abstract schilder­ij van een kussend stel geschilderd door Mar­lene Dumas. (A) Een kus die op de affiche voor haar exposi­tie in Palaz­zo Gras­si door de stad zwerft, al moet ik lang kijken voor ik er een kus in herken. Een kus van gelief­den, gewild, ver­lan­gend, vochtig, ver­rukke­lijk. De exposi­tie van Dumas is per­soon­lijk­er dan ooit, miss­chien door­dat in 2021 zow­el haar man Jan Andriesse als haar goede vriend Hafid Bouaz­za overleden. Het besef van de tijd die als een hamer lev­ens stuk­slaat is drin­gend aan­wezig. Ze kijkt naar zichzelf als oud­ere vrouw, en in Drunk neemt ze dezelfde pose aan als haar dochter en alter ego op het schilder­ij The Painter. Erg­er wordt het niet”, zegt ze, oud, naakt dronken en vrouw” de oorde­len van de maatschap­pij samen­vat­tend.

De tijd wordt opge­heven door portret­ten van haar man, dochter, broer en klein­zoon uit ver­schil­lende tij­den bij elka­ar te hangen. Die Baba (haar oud­ere broer als baby) draagt een lieflijk licht­blauw pak­je tegen een witte achter­grond maar de felle blik in zijn ogen weer­spreekt het baby-zoete. Ook haar klein­zoon Eden heeft die boze blik naar grote mensen, alsof hij zich nu al moet ver­w­eren. Iemand noemde haar werk beast­ly en dat is een tre­f­fende omschri­jv­ing. De ver­lei­delijke werken ken­nen alti­jd die onder­laag die door het mooie heen breekt. Iets dat veron­trust, de tegen­stri­jdighe­den. Je kunt de ten­toon­stelling lezen als een liefdesver­haal”, zegt Dumas in een inter­view met de Volk­skrant. In ben in mijn werk vaak geïn­spireerd door lit­er­atu­ur en films. Daarin wor­den grote thema’s als liefde, poli­tiek en dood ver­w­even in een ver­haal. In de beeldende kun­st over­heerst toch het clichébeeld van de kun­ste­naar die alleen maar bezig is zichzelf uit te drukken. Ter­wi­jl, kun­st gaat voor mij ook over het je kun­nen ver­plaat­sen in de ander. Ik weet niet of het me gelukt is, maar ik heb me wel op een gegeven moment voorgenomen dat ik schilder­i­jen wilde mak­en die gaan over die ele­men­taire menselijke dingen.”(6)

Nu de serie Under­ground op de exposi­tie hangt kun je het een samen­werk­ing noe­men tussen Dumas en haar vijf­jarige dochter Hele­na. Ze mocht de prachtige zwart-wit aquarellen gebruiken als onder­grond en maak­te er vrolijke karak­ters van met rode stip­pen en neuzen en oren als bloe­men, of ze krast lekker over een gezicht met kleur­pot­lood. Opeens is de sti­jl’ van Dumas geen norm meer, het mengt zich met plezi­er en vrolijkheid. Met kindervri­jheid. Het unieke van Dumas wordt overgenomen door het unieke van een kind, dat hier opeens een gelijke waarder­ing kri­jgt. En tegelijk schemert het duis­tere nog door de kinder­laag heen. Een beeld kan veel ver­schil­lende din­gen tegelijk uit­drukken en de werken van Dumas lev­en van die dubbelzin­nigheid. De titel Open End ver­wi­jst naar al die onzek­er­he­den die bij de dood horen, een lev­en dat stopt, de oneindigheid, hoe moet het nu verder. De tijd met hen is nu gestopt. We kun­nen niet meer gaan zwer­ven, laat in de nacht.” Tegelijk laat het woord Open End ruimte voor de toekomst.

Lumturi Blloshmi

Dumas is een van de grote kun­ste­naars van dit moment, je kan er niet omheen in Venetië. Het paviljoen van Alban­ië was ik aan­vanke­lijk voor­bi­jgelopen want het lag er een beet­je ver­loren bij. In de ruimte ernaast trokken de kleur­rijke trans­gen­der man­nen en vrouwen, die de schilder­i­jen van Gau­guin, naspe­len alle aan­dacht. De pre­sen­tatie van Lum­turi Bllosh­mi, From scratch is een beet­je een rat­je­toe, een oud­er­wets melan­cholisch portret met een open blik tegen een vlam­mend rode achter­grond hangt naast een wilde ver­sie maar met een ges­loten, arg­wa­nende oogop­slag. Een serie foto’s van menu Kama Sutra lijken de stukken kip in de koeken­pan op kikkers die de liefde bedri­jven, niet heel smake­lijk maar wel curieus. Vri­jheid en humor. De kun­ste­naar zelf poseert in een jurk van medici­jn­ver­pakkin­gen.

Ik kijk naar de film waar­bij de cam­era het huis van de kun­ste­naar aftast op het link­er­scherm en rechts korte tek­sten ver­schi­j­nen. Een con­stante brom ver­stoort mijn con­cen­tratie: is de luid­sprek­er kapot, staat het gelu­id te hard? Ik vraag het de assis­tent die uitlegt dat de film­mak­er het gelu­id laat klinken zoals Bllosh­mi het ervaren heeft. Op haar vijfde ver­loor ze haar gehoor en dit is hoe de wereld voor haar klonk. Ze wilde geen gebarentaal leren omdat het haar zou afzon­deren, ze wilde kun­ste­naar wor­den en zo in de gewone’ wereld haar plek opeisen. Om poli­tieke rede­nen werd haar prak­tijk onmo­gelijk gemaakt (haar vad­er werd als vijand van het com­mu­nisme geëx­e­cu­teerd toen ze nog maar 2 maan­den oud was) en pas op haar 44e kreeg ze haar eerste solo­ten­toon­stelling. Ik kijk opnieuw naar de twee portret­ten. De een zo wild en de ander zo aangepast.

De stri­jd tussen het west­en en het com­mu­nisme heeft in het verleden al zoveel oor­logen veroorza­akt. De koude oor­log was, en nu opnieuw, er één vol bran­dend onrecht. Wat nie­mand in het west­en meer voor mogelijk hield werd realiteit, Rus­land viel Oekraïne bin­nen en begon een oor­log die onmisken­baar aan­wezig is op de Biën­nale. Ik zie bloemet­jes in plukken geel en blauw in de planten­bakken. Er is een paviljoen voor de vri­jheid. Het Rus­sisch paviljoen is ges­loten. Maar wat kan de kun­st doen? Hoe kun­nen we de oor­log afkeuren en toch ook niet ver­vallen in polar­isaties, hoe mak­en we vrede?

The Human Con­di­tionOpeens moest ik denken aan de tekenin­gen van Miri­am Cahn in het hoofdge­bouw. Een krachtige vrouwe­n­arm die vanu­it links in beeld komt, deelt een forse klap uit aan een man die gewoon­weg niet weet wat hem overkomt. #MeToo als een totale ver­rass­ing. Met sim­pel pot­lood getek­end. Boem. De werken van Cahn zijn zoet en rauw, zou ik zeggen. Mis­lei­dend. Wat op het eerste gezicht een liefdess­cène lijkt, komt neer op een verkracht­ing waar­bij de man de kijk­er opgew­erkt lachend aankijkt, omgeven door dif­fu­us roze en groen. Niet te doen. Cahn zet cri­sis­si­t­u­aties zoals oor­logen, aansla­gen, vluchtelin­gen maar ook #MeToo om in scherpe van-mens-tot-mens sit­u­aties en dat dre­unt goed na, ondanks de atmos­ferische kleuren en sfer­en.

Even heftig is de korte The Par­ents Room van Diego Mar­con in de Arse­nale. Een man zingt met een zoet­gevooisd hij hoe hij eerst zijn zoon, zijn dochter, zijn vrouw en tenslotte zichzelf heeft omge­bracht. Je twi­jfelt, zijn het pop­pen, mensen? Het blijken lev­ende acteurs met een make-up achtig masker. Niet alleen hun wezen is ver­war­rend, alles is met elka­ar in tegen­spraak. Het ultieme kwaad, je weet dat het gebeurt, maar hoe verd­waasd moet je als mens zijn om je eigen kind te doden.

Miriam Cahn

Democ­ra­cyAls boeg­beeld voor de ten­toon­stelling Democ­ra­cy van Muse­um van de Geest poseert de neu­ro­di­verse Fran’ in een jump­suit gemaakt van de Amerikaanse vlag. Geïn­spireerd op de visie van Jan Hoek’s Out­sider­wear laat mod­eon­twer­p­er en cura­tor Duran Lan­tink de tal­en­ten van insid­ers en out­siders samensmelten.Democracy wil iedereen een stem geven, iedereen erbij betrekken en een kans om onderdeel te zijn van het project. Iedere bezoek­er mag mee teke­nen om te komen tot een grote samensmelt­ing en aan het eind van de exposi­tie is er alleen nog ruis zicht­baar. Want werkt de democ­ra­tie nog wel, doet iedereen mee of is vooral het geld aan de macht? Fran is een van de spel­ers van toneel­groep LeBelle, de the­ater­w­erk­plaats voor mensen met een ver­standelijke beperk­ing waar Duran mee samen­werk­te. Maar ik leer meer van hen dan omge­keerd”, zegt hij, een ander soort cre­ativiteit, veel intuïtiev­er, zon­der schaamte, en vooral veel plezi­er.” De exposi­tie is in een ker­nachtige ver­sie naar naar Palaz­zo Mora in Venetië gebracht. Ook daar waren alle muren al snel vol­getek­end.

In deze Biën­nale komt ieder indi­vidu aan bod, mensen uit ver­schil­lende cul­turen komen aan het woord, mensen die genegeerd wer­den, en mensen van kleur wor­den zicht­baar in de kun­st: gen­der, afkomst, neu­ro­divers, het lijkt of dit keer de etiket­ten ver­geten zijn en je enkel tussen de regels door iets kunt opvan­gen van de oude labels. Het kun­st lijkt een werke­lijke afspiegeling van de wereld waarin iedereen zich kan herken­nen waarbin­nen de dromen van alle mensen zijn samenge­bracht.

Zo vormt de kun­st een klein eiland in een steeds verder polaris­erende wereld, waar bepaalde lan­den het voor het zeggen hebben, een wereld vol pop­ulisme en vol vijand­schap. Maar zon­der hoop en ver­beeld­ing kun­nen we niet verder. De kun­st laat ons ont­dekken hoe we met open ogen naar de wereld kun­nen kijken, om aan­geleerde nor­men los te lat­en, en ieder mens op aarde te zien in zijn eigen waardigheid. Om de wereld te kun­nen zien met al zijn macht struc­turen en al zijn tegen­stri­jdighe­den. De kun­st als een lab­o­ra­to­ri­um, een safe space waar we onze eigen con­di­tioner­in­gen kun­nen onder­zoeken en we mid­dels de ver­beeld­ing mogelijkhe­den kun­nen zien. Waar we kun­nen proeven van een wereld waarin iedereen vrij is om zichzelf te zijn, of wie je maar wilt zijn.