2020Solidarity Anne Imhof 768X768

Dit portret van Eliza Dou­glas die een bosje ver­brande bloe­men vasthoudt is afkom­stig uit een ten­toon­stelling die ik niet heb gezien: Imag­ine van de Duitse kun­ste­naar Anne Imhof. (1) Alles op de foto is onscherp, de bloe­men, het mod­el en de achter­grond waar in het zwart een vlam of licht te zien is. De foto is mijn favori­et uit de serie Sol­i­dar­i­ty, een project van Wolf­gang Till­mans waarin kun­ste­naars een werk beschik­baar stellen dat cul­turele instellin­gen mogen verkopen als finan­ciële ste­un tij­dens de moeil­ijke Coro­nati­j­den. De poster van Imhof ver­vaagde ook beet­je bij beet­je het beeld van Ali B. dat maar door mijn hoofd heen zeurde.


Het zit namelijk zo. Mijn vriendin Francine belde me op, zo aan het begin van de coro­nati­jd. Ze is net zeventig gewor­den dat zon­der uit­bundig feest voor­bij is gegaan. Hoe ze in de wereld staat ver­schilt niet zo veel van mij of anderen in mijn vrien­denkring, jong en oud. Ze houdt van archi­tec­tu­ur, gelooft in spir­ituele kracht­en, en woont alleen in een fijn stads apparte­ment in hart­je Utrecht en heeft bergen energie. De bel gaat en daar staat een opgewek­te jonge vrouw met een gemengd boeket voor mijn deur. Alstublieft mevrouw.” Ja, ik neem het maar aan. Er is geen afzen­der, geen geheime bewon­der­aar, maar er bun­gelt een kaart­je aan met een gedicht van Ali B.’
Ergens heeft een sticht­ing aan haar gedacht als een een­zame bejaarde. Ze leest het gedicht voor, de woor­den zijn zo sen­ti­menteel en sop­perig dat we de slappe lach kri­j­gen. Iets met hou, voor jou, niet in de kou en gauw. Het bonte boeket belandt in de vuil­nis­bak. Goedbe­doeld maar wel een beledig­ing.
Eliza Dou­glas met een boeket­je ver­brande bloe­men in een onscherpe foto, ja dat is meer mijn en haar smaak. 

Kun­ste­naar Anne Imhof verkent de ondraaglijke alledaagsheid’, haar werk gaat over de angst voor het vlakke, voor de exis­ten­tiële leegte. Het is een alle­gorie van het pro­ces van de-mod­ernisatie lees ik. Om dat te begri­jpen kom ik uit bij een lez­ing van filosoof en econoom Haroon Sheikh die de mod­erniser­ing uitlegt als een activ­erende, maar ook ontrege­lende kracht. Mod­erniser­ing is niet enkel vooruit­gang, het is vooral een trau­ma en de vraag is hoe we als men­sheid met dat trau­ma omgaan. Moder­niteit is de droom van de mens om meester en bezit­ter’ van de natu­ur te wor­den, zegt Sheikh.(2) In het pro­ces van mod­ernisatie werd de wereld ont­daan van zijn magie en ingeruild voor cijfers, tech­niek en afs­tandelijkheid. Ja dat sluit wel aan bij het werk van Imhof, niet voor niets was Faust de titel van haar waanzin­nige per­for­mance in het Duitse paviljoen in Venetië in 2017.
Er wer­den beangsti­gende rit­ue­len opgevo­erd met een bek­lem­mende en veron­trustende sfeer als gevolg. In de ban van dit exor­cisme bleef het pub­liek uren rond­hangen.
Een per­for­mance van Imhof gaat alti­jd over macht, dood, ver­lan­gen en ver­loren zijn. In de per­for­mances van Imhof gaan boeket­ten rozen in vlam­men op. Al sinds de 17e eeuw zijn bloe­men een sym­bool voor ver­ganke­lijkheid. Op een prent van Claes Jan­sz. Viss­ch­er (1635) staat naast een vaas met bloe­men gedrukt: Alle vleesch is hoy (Men­sch) draacht geen roem, en u heer­ly­cheyt is als een bloem.
Ik lees Imhof’s bloe­men die in vlam­men opgaan als een soort tur­bo van­i­tas, een dubbel sym­bool voor ver­ganke­lijkheid. Het ver­dor­ren gaat niet snel genoeg, we doen er nog een schep­je bovenop.

Ook Elspeth Dieder­ix maak­te een van­i­tas van rest­jes bloe­men in het gras die gedom­i­neerd wor­den door likkende, rode vlam­men. Fire Still Life, 2004. De omk­er­ing intrigeerde haar, in de vlam­men staren brengt in je gedacht­en even veel op gang als het geni­eten van de schoonheid van bloe­men. Dat bloe­men tot vlam­men trans­formeren vond Dieder­ix een mooie omk­er­ing. Bloe­men ster­ven af, ze ver­bran­den, ver­dor­ren om dan weer door te gaan. De natu­ur omarmt alle aspecten, ieder sta­di­um. Bloe­men ver­dor­ren of vlam­men, in bei­den schuilt schoonheid.

In de coro­nati­j­den kwam de dood opeens dicht­bij en angst sloop door de strat­en en super­mark­ten in een sce­nario waarin zwakke, kwets­bare oud­eren de hoof­drol speelden. De fram­ing van oud­eren loog er niet om. Dor hout. Steeds maar weer beelden van zielige bejaar­den in tehuizen. Ver­ward. Treurig. Alsof er geen andere manier van oud­er wor­den is. Dat irri­teerde niet mij alleen maar ook bijvoor­beeld Hedy d’Ancona die er over kwam dis­cus­siëren op tele­visie. Ageism is de term voor deze negatieve fram­ing van oud­ere mensen.
De lev­ens­fasen van de mens wer­den van oud­sh­er gezien als een natu­urlijke cyclus, het hoort er alle­maal bij. Maar door­dat het Chris­ten­dom er het einde der tij­den aan vast knoopte wer­den de lev­ens­fasen los­gekop­peld van de natu­ur en gezien als een lin­eaire lijn. Oud­er­dom is niet meer een gelijk­waardi­ge fase, met voor en nade­len, en horend bij het lev­en, maar een beangsti­gend eind­punt waar we bij weg willen bli­jven. Het ver­bran­den van bloe­men in de foto van Dieder­ix haakt aan bij de cycles van de natu­ur.
De rozen met hun zwarte ran­den van Imhof sym­bol­is­eren onze mater­iële wereld waarin aan oud­er­dom geen posi­tieve (want geen economis­che) waarde meer wordt ver­bon­den. Het vuur is immers het enige ele­ment dat aan de mensen toe­be­hoort. Een bos bloe­men ver­bran­den sym­bol­iseert de macht die de mens zich toedicht, het over­heersen van de natu­ur. Het loss­ni­j­den, het ver­bran­den. Zo is ook onze kijk op oud­er­dom los­ge­maakt van de lev­ens­fasen waarin ieder fase heeft een eigen waarde heeft.

De belan­grijk­ste vraag ron­dom oud­er wor­den vond ik in een artikel uit 2015 in de NRC: Waarom ver­heugt nie­mand zich op het priv­i­lege van een lang lev­en? Door de bericht­en in de media, door deze negatieve fram­ing, zien we mas­saal op tegen oud­er wor­den. We willen graag jong bli­jven. Rol­la­tor, rimpels, een uitza­kkend lijf, terugtrekkend tand­vlees zijn onge­makken die we vrezen. Onge­makken zullen zek­er komen, maar dat hoeft de zin het plezi­er van het lev­en niet te bed­er­ven. Toen psy­chi­ater Glenn Hell­berg een lez­ing kwam geven op de KABK zwaaide hij vrolijk met zijn wan­del­stok in het rond. Een rol­la­tor? Ja wie weet is die op een gegeven moment hand­ig. Maar dan wel graag een van Isa Gen­zken. Of anders pimp ik er zelf wel een op. Zielig, née, hulp­mid­de­len zijn als de wan­ten die je aantrekt als je door de sneeuw gaat lopen. Ik ben dol op sneeuw. De rol­la­tor van Gen­zken is onderdeel van haar uni­ver­sum waarin de link met de werke­lijkheid urgent aan­wezig is. Gen­zken ver­beeldt onze con­sump­tiemaatschap­pij die onver­mi­jdelijk lei­dt tot mid­del­matigheid. Een wereld waar wij deel van uit­mak­en, het gri­jpt je bij je klad­den. Als je in haar soms onbe­gri­jpelijke uni­ver­sum duikt zeg je in feite ook née tegen die mid­del­matigheid: Je tuimelt een nieuwe lege ruimte in, van beton, glit­ter trash of oester­schelpen, een ruimte waar je niet aan kunt wen­nen omdat hij steeds veran­dert. Je moet opnieuw begin­nen.’ Ja, je moet alti­jd opnieuw begin­nen, in iedere fase van het lev­en. En de visie van Gen­zken kan je daar­bij helpen, ga je eigen gang met eventueel een wan­del­stok, rol­la­tor of wanten.

Artists should not look to the left or the right. Art should be strong and non­con­formist — and most impor­tant­ly, art should always be per­son­al.’

What­ev­er mod­ern’ means, I don’t reject the term. On the con­trary, for me, mod­ern’ means progress in social and aes­thet­ic terms, but as a wan­der­er with­in diver­si­ty.’

Hon­est­ly, though, I think peo­ple have always giv­en me cred­it for being able to move on. In my life, I’ve always been con­cerned with flu­id­i­ty and opposed to rigid­i­ty. That’s been auto­mat­ic — I’ve nev­er had to think about it.’
–Isa Gen­zken–

(1)Eliza Dou­glas in Anne Imhof, Imag­ine, Galerie Buch­holz, 2019, Pho­tog­ra­phy: Nadine Fraczkows­ki, 2019 

(2)https://www.trouw.nl/religie-filosofie/de-moderniteit-is-een-trauma~b155